woensdag 17 mei 2017

Coetzee The master of Petersburg














The Master of Petersburg

Coetzee


Hoofdpersoon van de roman is Dostoevski, die uit Dresden reist naar Petersburg, waar zijn stiefzoon Pavel om het leven is gekomen. Zoonlief blijkt bij nader onderzoek aangesloten te zijn bij een groep jeugdige revolutionairen olv een zekere Nechaev, die beweert dat de politie Pavel heeft omgebracht maar vermoedelijk zelf de dader van het misdrijf is. Dostoevski logeert bij Ana Sergejevich en haar dochter Matryona, die beiden een verhouding hebben gehad met Pavel en nu ook min of meer bezwijken voor D.
Alle thema’s van D. komen in deze roman terug: schuld en boete, wreedheid, sadisme en zelfkwelling, misdaad en straf, vaders en zonen, perversie (pedofilie) en verleiding, epilepsie en zelfbegoocheling, obsessies en bezetenheid, armoede en revolutie, rationeel zelfbedrog en eenzaamheid. Noodlot en koppig verzet?
Het is een thriller en een tragedie, een noodlotsdrama. Het laat zien hoe een individu kan losraken van de maatschappij, verdwaalt in zijn eigen obsessies, hoe hij radicaliseert en moreel elk houvast verliest en moord en doodslag zich laten rechtvaardigen op deze dwaalweg.
Coetzee toont hoe schrijven een fysiek proces is, waarin al het denkbare voelbaar wordt gemaakt, zodat er een beklemming ontstaat, waaraan voor de lezer geen ontsnappen mogelijk lijkt. De grenzen tussen werkelijkheid en binnenwereld verdwijnen of vervagen, zodat de lezer niet meer weet of het gaat om verbeelding, fantasie, geestesziekte of over de buitenwereld. Overal loert gevaar en steekt angst, bedreiging en vlucht de kop op. Aan het eind schuift het schrijven van D. zich in dat van Coetzee of andersom.
Het lezen wordt  schrijven, in elk geval een voortgaande ervaring, die zich voltrekt alsof schrijver noch lezer weet wat in het verschiet ligt. Al lezend gebeurt wat zich schrijft zonder koers of richting, lijkt het, een logica volgend, waarvan de regels al lezend worden herkend maar niet kunnen worden geanticipeerd, omdat de schrijver niet vóór ligt, maar gelijk op loopt en openhoudt wat nog gaat gebeuren. Lezen en schrijven hebben een simultaan karakter, een innige verbondenheid, die dwingt lezer en schrijver bijeen te houden, zo je wilt te verwisselen, zodat het verhaal geen kans krijgt zich los te maken als zelfstandig onderwerp en een schaduw te werpen over het schrijven en lezen. Niet de uitkomst maar het lezen vormt de essentie van het werk. Het verhaal is de constructie, die eigenlijk niet zichtbaar mag zijn om te voorkomen, dat het schrijven op de achtergrond verdwijnt en plaats moet maken voor een werk dat voltooid is en daarna gelezen wordt. Het is de ervaring, die zich aandient en gesmaakt wordt.