woensdag 28 januari 2015

Tove Jansson : Fair Play

Tove Jansson

Fair Play,

 uitgegeven bij New York Review Books Original;in 2007 met voorwoord van Ali Smith






Tove Jansson

Fair Play, uitgegeven bij New York Review Books Original

in 2007 met voorwoord van Ali Smith

Vorig jaar in San Francisco, de Green Apple bookstore, op de kop getikt.

Een bundeltje van 17  heel korte verhalen, die tesamen een echte novelle vormen. Een kleinood. Elk korte verhaal kun je telkens weer opnieuw lezen ook al weet je wat er gebeurt. De schrijfster is bekend om haar kinderboeken, maar Fair Play is net als the Summer  Book en the True Deceiver, voor volwassenen geschreven. Jonna (beeldend kunstenaar) en Mari (schrijfster) zijn de twee hoofdpersonen, die samen leven op afstand, aan beide uitersten van een appartementsgebouw, die door een zolder met elkaar verbonden zijn. De zolder verbindt en scheidt, karakteristiek voor hun onderlinge verhouding, maar ook voor de stijl van schrijven, die de stilte als afstand hanteert voor emoties en de muziek van de taal. Grote precisie en  doordachte afweging. Met grote zorg en ingetogenheid worden eenvoudige gebeurtenissen verteld, waardoor de spanningsboog wordt aangetrokken. Dicht op de werkelijkheid van alledag heeft de novelle een realistisch karakter. De verteltrant is bijna magisch.

woensdag 10 september 2014

Photography, Roland Barthes

Roland Barthes writes in his Camera Lucida, reflections on photography, I observed that a photograph can be the object of three practices ( or of three emotions, or of three intentions): to do, to undergo, to look

vrijdag 29 augustus 2014

John E Williams

Waarom niet een keer een reactie schrijven op Butcher's Crossing? Het is tenslotte geen alledaags boek
Met enige verbeelding zijn deze Portugese schapen om te vormen tot bisons. Voeg er nog een box canyon aan toe en de plaats van handeling voor Butcher's Crossing is compleet. De schapen mogen blij zijn dat ze een wolvacht hebben en niet zoals bisons begeerd worden om hun huid zoals eens en vogue was. Nu schijnt Vogue het blad om te bekijken of je modieus wel au fait bent. Hoe schaapachtig om niet met je tijd mee te gaan. Ik draag meestal een katoentje hier in de tropen.

zaterdag 23 augustus 2014

Butcher's Crossing door John Edward Williams



Butcher’s Crossing

John Williams


Ik kan me niet herinneren ooit een roman over het Wilde Westen te hebben gelezen die me geboeid heeft als literair kunstwerk. Of het moet in mijn jeugd geweest zijn zonder dat ik het als zodanig kon bestempelen. Ik denk dat ook het onderwerp, een grote bisonjacht, me niet heeft kunnen bekoren en teveel als een soort cowboy romantiek moet hebben afgestoten. Het toont aan dat literatuur niet bepaald wordt door het genre maar door de meesterhand van een schrijver. Wie ander werk van Williams kent, zal zich er niet over verbazen dat ook een bisonjacht tot literatuur van kwaliteit kan leiden. Dit mag dan waar zijn, maar dwingt nog sterker tot nader onderzoek waarin het geheim van  deze literatuur in wezen schuil gaat. Grote woorden, grote problemen ook. In de constructie van het verhaal behoeft het geheim niet gezocht te worden. Immers, het is een eenvoudig lineair verlopend verhaal, dat recht toe recht aan verteld wordt. De gebeurtenissen volgen elkaar logisch en vanzelfsprekend op zonder dat er ingewikkelde flashbacks  of andere herinneringstechnieken worden toegepast. En als deze al gebruikt worden, verwijzen ze naar informatie waarover de lezer al beschikt dankzij het verhaal. Er wordt niet terug gegrepen op ervaringen, die moeten worden uitgelegd of nader omschreven. De schrijver speelt geen dubbelspel met de lezer, onthoudt hem geen informatie, maar vertelt. En toch bouwt de schrijver bladzij na bladzij spanning op, niet door het ontbreken van  kennis omtrent de gebeurtenissen maar louter door de sensitieve wijze van vertellen. De mens dicht op zijn huid gezeten, is een kwetsbaar wezen. De schrijver maakt ook geen gebruik van  de techniek van wisselende vertellers, maar schrijft vanuit het perspectief van de hoofdpersoon Andrews, de man die levenservaring wil opdoen door deel te nemen aan de bisonjacht, een laatste kans om de Amerikaanse ziel te doorgronden voordat de frontier is bereikt en hij zich bij een sedentaire bestaanwijze op het land of in de stad, de metropool moet neerleggen. De lezer kan zich gegrepen voelen door deze romantiek, maar ook zonder deze aandrang neemt de schrijver hem of haar in een houdgreep. Zelfs indien sprake is van een zekere weerstand tegen een dergelijk, bijna re-actionair verlangen naar avontuur, zal deze snel verdwijnen wanneer Andrews eenmaal onderweg is, op zoek naar de verwezenlijking van zijn zucht naar een nog onbestemd levensgevoel. In zekere zin is Andrews de grote truc van Williams. Hij is de nog onervaren, jeugdige en bijna naieve man, die open staat voor het leven en zijn uitdagingen, bereid de grenzen van zijn fysiek en geest op te zoeken. Hij is bijna de onschuld zelve, het onbeschreven blad. Alles is nieuw en de moeite van het onderzoeken waard. Hij gaat geen moeilijkheden uit de weg. Integendeel, hij wil het leven in zijn volheid ervaren. De bisonjacht is  te zien als een initiatierite voor Andrews als jongeman. Hij doorstaat alle beproevingen om volwassen te worden. Miller is voor hem de grote medicijnman, de leider, de  belichaming van de onverwoestbare man, het gezag. Hij is de bron van kennis en ervaring, de onverstoorbare en onverschrokken held, die de strijd met de natuur aangaat, bedachtzaam, weloverwogen en kundig. Hij is vertrouwenwekkend, kenner van de wisselvallige natuur en van roekeloosheid zoals de vakkundige huidensnijder/viller Schneider demonstreert. Voor Charley Hoge, de ossendrijver, is hij zonder reserve de grote voorman, de man die weet wat hij doet. Maar als voerman waarschuwt Charley Hoge deze Miller voor het risico dat hij neemt, wanneer hij de wagen beladen met huiden door de rivier wil leiden. Dit is letterlijk en figuurlijk het omslagpunt in de roman. Moed verandert in overmoed. Miller blijkt een onbeheerste bezetene. Schneider vindt de dood, Hoge wordt een zombie, een verdwaasde. Dit kon niet uitblijven. De bisonjacht was ontaard in een systematische slachting, meedogenloos, zinloos, ongeremd.( Is de titel Butcher’s Crossing niet al een vooruitwijzing naar de slachting, meer dan een onschuldige plaatsnaam?) De massamoord wordt door de natuur beantwoord met een sneeuwjacht, een uiterste beproeving van het lichaam, de geest, de solidariteit en het uithoudingsvermogen, die stilaan ondergraven worden met als noodlottig einde, de kanteling van de overladen wagen, meegesleurd in de stroom, de teloorgang van de trofee en de verdrinking van Schneider, de eenling die zich eerder al uit de groep losmaakte en zo zijn Alleingang beeindigde. Toch kent het boek niet de spanning uit de traditionele western als een strijd tussen bad en good guys. De verhouding tussen de vier mannen is gecompliceerder, want persoonlijker. Hoge is bij uitstek de volgeling, de man die zich tracht de redden met spreuken uit de bijbel. Hij is de namaak mens.  Schneider is de eenling par excellence. Die uit is op zelfbehoud en geld.  Alleen de huid  heeft waarde, het leven gaat niet dieper dan de huid.Wanneer hij verdrinkt, loont zelfs zijn hoed niet de moeite om uit het water gered te worden.  Miller, de jager, is kundig ook in het doden, maar blijkt het leven niet naar zijn hand te kunnen zetten. De slachting wordt door Miller als bezetene omgezet in een inferno ofwel een potlach, de absolute destructie van het zgn bezit, de bisonhuiden van Mc Donald. De Amerikaanse inleider Michelle Latiolais verwijst hiervoor naar  de Amerikaanse vernietigingsoorlog in Vietnam ten tijde van het schrijven van het boek. Even goed denkbaar is een verwijzing naar de frontier ideologie met de genocide van de Indiaanse volkeren, dat ze impliciet eerder al suggereert, maar eigenlijk niet uit een Amerikaanse mond wil komen. Nergens echter wordt de rücksichtslose bisonjacht als zodanig veroordeeld. Wel beschreven in zijn afmattende, robotachtige en finale moorddadigheid gelijk ook de Holocaust niets anders is dan de consekwente, absolute vernieting van de Joden. Afmattend omdat het de moordenaar uitput. Robotachtig inzoverre de automatische piloot bij het doden wordt ingezet. ( ook de Duitse soldaten konden het geen uren volhouden tijdens de massale executies). Toont zich hier de ware aard, de natuur van de mens, het ontspoorde wezen, het gemankeerde dier met zijn thanathos instinct? Het wezen met de onwezenlijke, lege blik op het beslissend moment. Zijn laatste verweer bij de uiterste beproeving? Andrews reinigt zich na de slachtpartij in de koude bron, maar de vlekken op zijn schoenen, zijn kleren blijven. Ook vraagt hij zich af, zijn eigen gezicht aftastend, of Francine hem nog zal herkennen. Is hij veranderd na de moord op het zelf, de vernietiging van iets in hemzelf? Ook het inferno, de vernietiging van de huiden, wordt uitgebeeld als een waanzinnige en ultime brandstichting zonder enige ethische connotatie. Het zijn scenes van een onomkeerbare verwoesting pur sang, indringend en absorberend. Misschien is het boek wel een impliciete kritiek op de Amerikaanse maatschappij met zijn historische geweldadigheid en drang tot onbeperkte exploitatie van bestaansbronnen. De grenzeloze dadendrang gaat gepaard aan een bezetenheid en verblinding voor de natuur en het verstand. Is Miller uiteindelijk niet ook een Lucifer, de meest verlichte en tenslotte gevallen engel, die onheil en kwaad brengt in de wereld?

Augustus 2014-08-06
Curacao

zaterdag 23 november 2013

Carlo Lévi Christ stopped at Eboli




Boekbespreking 2013
Carlo Lévi
Christ stopped at Eboli

Over verbanning naar een traditionele boerensamenleving

De schrijver wordt door het fascistisch régime van Mussolini in de jaren dertig van de vorige eeuw naar het Zuiden van Italië verbannen. Zijn verbanning eindigt na een jaar, wanneer Mussolini de oorlog in Abessinië (Ethiopië) heeft gewonnen. Het boek schrijft Lévi tijdens de oorlog, in 1944. Het beschrijft niet zozeer zijn eigen leven als wel de samenleving van de boeren. Het is een traditionele, eenvoudige maatschappij van arme mensen, voor wie hij niet alleen balling is maar ook schilder en vooral dokter. Hij schrijft met empathie over hun deerniswekkend leven, hun gewoonten, hun strijd, inspanningen, over hun liefde, achterdocht, wantrouwen en menselijke relaties, hun lot, ziekte en de dood. Het zijn memoires van een dorpsleven, van een kaal bestaan  geschilderd met het penseel.  De schrijver mag dan verbannen zijn, de boeren zijn niet minder gevangen in een cirkel van uitzichtsloos werken, onderdrukking, uitbuiting, malaria en armoede. De Staat, Rome, de Kerk is de dief van hun leven. Zelfs de opstand, de revolte biedt geen uitkomst, telkens komt de uitbuiter terug.
Het is een boek van pijn en smart , zelden van een glimlach. De ontreddering  en hardheid van het dagelijks bestaan, van een gesloten samenleving.  Zelfs de Amerikanen, de tijdelijke emigranten brengen geen verandering in het dorpsleven, maar laten zich weer opslorpen in de cirkel van armoede en ziekte, magie en dood.
Lévi schildert met woorden het wel en wee van deze in de grond heidense gemeenschap, eeuwenlang onderworpen aan externe machten. Hij heeft oog voor het leed en de kwelling van mensen,  voor de erbarmelijke toestand waarin zij hun dagen slijten.  Als schrijver zet hij zijn ervaringen in een ruimer filosoferende kontekst met existentiële vragen en korte overpeinzingen, waardoor het boek zijn ballingschap overstijgt. Als dokter helpt hij de mensen, die hem meer geneeskracht toekennen dan zijn beroep mogelijk maakt. Het toont ook de verwevenheid van genezing, vertrouwen, magie.
De schrijver is dankzij zijn beroep een participerende waarnemer, die in de gelegenheid is om veel dorpelingen te spreken en van gedachten te wisselen. De memoires hebben daardoor deels een beschrijvend deels een meditatief karakter.  De schrijver is vrijwel nooit alleen, wat hj graag zou willen maar wel eenzaam door de geestelijke kloof tussen hem en de dorpelingen hoe zeer hij al handelend deze als dokter overbruggen wil.  Als lezer woon je in het dorp en beleef je het bestaan in het dorp en de tochtjes door de bergen in de omgeving.  Sterk is dat hij echte mensen neerzet en geen types, hetgeen zijn schrijversschap bewijst. De voorvallen zijn altijd weer even verrassend, intens als opzienbarend ook in hun ogenschijnlijke onbeduidendheid.  Zij vormen a.h.w. een middeleeuws schilderij waarop van dichtbij veel te zien is, een dronkaard, een leeg gegeten tafel met een hond eronder, een vrijpartij, een verlaten landweggetje, een dokter met zijn patient etc. Het is een picturaal verhaal zonder plaatjes. De mensen weten dat ‘ze’, hen niet beschouwen als mensen, niet als christenen, maar als on-mensen, dieren/beesten. Zelf beschouwen ze zich misschien wel als christenen, zeker op het moment van rituele passages als geboorte en dood, maar in wezen en in de praktijk zijn ze tot op het bot heidenen, animistisch door het dagelijkse verbondenheid met de natuur:  de bergen,  de bomen, de rivier, de wolven, de wind, het moeras.
 Anders bezien is het boek ook een anthropologisch werkje over een statische samenleving, over de cultuur van de armoede  van de wisselvalligheid van het boerenbedrijf, anders maar ook in zekere zin vergelijkbaar met b.v. Oscar Lewis : Five Families , study in poverty, Mexico schreef. Het is paradoxaal gesproken  ook een reisboek in zoverre het een andere cultuur laat zien, gezien door het oog van een buitenstaander. Met een beetje overpeinzende instelling kan de lezer  voluit genieten van dit verbale schilderij van zijn ballingschap in een ook voor de schrijver weerbarstige samenleving
Tenslotte nog dit.  Het verhaal wisselt van natuur naar  gemeenschap en weer terug. In zekere zin is Lévi een geografische schrijver, hij houdt van het landschap, de seizoenen, de habitat van de mensen zonder de historie, het verleden uit het oog te verliezen. Met zijn beschrijving van de magie, de (zwarte) Madonna  reikt hij voorbij de geschiedenis naar de heidense wereld met zijn aards karakter. 

woensdag 20 november 2013

Light Years, James Salter



Boekbespreking , jaar 2013

Light Years  ( Penguin Books, heruitgave  in 2007)
James Salter en een Introduction van Richard Ford
De schrijver James Salter is populair in Nederland – sinds kort. In deze heruitgave van Penguin Books wordt hij een Master of Fiction genoemd. In de Amazon. Reviews  van lezers vind je veel lovende maar ook tamelijk wat negatieve kritieken. De lof heeft meestal betrekking op de poëtische taal, de kritiek op de nare karakters. Ford wijst erop dat Salter op rake wijze de trivialisering van het leven door de hoofdpersonen tot kern van zijn roman heeft gekozen. Hij beeldt het dagelijks leven van een well to do Amerikaans gezin uit, Nedra en Viri Berland met 2 dochters Katy en Danny, in een huwelijk dat op de rotsen loopt. Hoe ze in al hun materiële welvaart, de parties en het lieflijke gezinsleven toch niet het geluk  vinden, hoewel ze dat wel beweren, maar het elders zoeken in meer geld, meer status, meer naam, meer buitenlandse reizen, buitenechtelijke verhoudingen etc. Hoe ze aan het geluk feitelijk voorbijgaan terwijl het aan hun voeten ligt. Zij leven, zegt Ford, alsof ze het nog een keer kunnen overdoen. Ze missen het geloof en de moed om het serieus te nemen en trivialiseren het. Salter stelt dat aan de kaak, het onechte leven in luchtigheid en daarmee het ware leven laten ontglippen. Het is daarom dat veel lezers zich ergeren aan de karakters, terwijl Salter daarmee juist laat zien dat zo’n leven in luchtigheid, plezier en oppervlakkig genot het leven tekort doet, het trivialiseert. Het is de houding tegenover het plezier die de hoofdpersonen parten speelt, zij willen altijd meer en anders en elders. Er ontbreekt hun elke terughoudendheid en matiging, zij zijn in de grond ontevreden met zichzelf en het mooie leven dat ze leiden. Ook mij bevangt de ergernis tijdens het lezen totdat ik begrijp dat Salter de trivialisering onverbiddellijk en zonder pardon, bewust voor de lezer uitstalt. Misschien is het toch paradoxaal dat ook Salter suggereert dat het leven van zijn hoofdpersonen stuk loopt doordat ze verlangen naar een ander, nog beter leven , terwijl  hij afstandelijk als schrijver impliciet ook lijkt vast te houden aan het bestaan van een ander, echter leven. . Hij zet zijn personen te kijk, maar dan? Hij pakt de lezer met fluwelen handschoenen aan, maar confronteert hem meedogenloos met de verachtelijke trivialisering die hij breed uitmeet. Het falen van de hoofdpersonen om voluit te leven in plaats van te vluchten in ontaard hedonisme, dwingt de lezer zich erop te concentreren hoe het leven  hen ontglipt, waar deugden ten onder gaan in een gebrek aan morele kracht. In zekere zin is het een hard boek, waarin wezenlijke compassie ontbreekt. De titel Light Years heeft alles van doen met de lichtheid van het leven zoals de hoofdpersonen het ervaren en leven, niet in staat tot wezenlijke existentiële beleving. Zij leven in hun eigen film. Salter sleept de lezer met zijn lichte taal, zijn poëtische acrobatiek door deze onverdraaglijke lichtheid heen. Hij is een master of fiction, een muzikant, een pantomime speler in taal.