maandag 28 mei 2018

Philip Roth: Counter Life



 Bij het overlijden van Philip Roth: een recensie opgepikt en geplaatst.


Dear Readers,
Jammer dat ik uiteindelijk toch niet Femia alleen durfde achterlaten en niet bij de bespreking van Philip Roth’s Counter Life aanwezig kon zijn. Het boek was een keuze van Liesbeth meen ik en zij zal wel het voortouw bij de discussie hebben gehad. Ik geloof dat Liesbeth door Adriaan van Dis op het spoor was gezet – niet de eerste de beste, hoewel toch ook weer geen echte favoriet van mij ondanks zijn laatste boek. Counter Life(C.L.) wordt door Harold Bloom als het beste van Roth beschouwd. En hij is een autoriteit. Hoe dit ook zij, ik heb heel wat uurtjes geboeid met dit werk doorgebracht. Het is natuurlijk zonder meer goed geschreven in een schrijfstijl die even goed als een conversatietoon en als voordracht kan worden bestempeld, met een vocabulair om jaloers op te zijn. Dialogen die zich gaandeweg ontwikkelen als monologen met een groot indringend overredings- en inlevingsvermogen, dat de gesprekspartner en de lezer op sleeptouw neemt. Met groot gemak sleurt Roth de lezer mee in de obsessies van zijn karakters of het nu seks, ziekte, antisemitisme of rabiate settler-praat is van een fanatieke, orthodoxe Jood is. Afwisseling van alledaagse gebeurtenissen en deze onontkoombare bezetenheid geeft een enorme spanning, de stuwkracht in het verhaal, dat bovendien knap geconstrueerd is in zijn verwisseling van manuscript, verteller en schrijver, waardoor de lezer geen gelegenheid krijgt voort te modderen door de tekst maar gedwongen wordt werkelijkheid en script te ontrafelen en zich in te leven in en te ontworstelen aan de personages en hun onderlinge relaties. In het bizonder de verwisseling van de broers Nathan en Henry als schrijver van het manuscript en karakter en als zieke/bezetene is buitengewoon slim, gewiekst en speels uitgevoerd zonder dat zij ook maar iets aan echtheid inboeten. Het is zonder meer een ingenieus boek, dat herlezing vereist al was het alleen al om de verwoording van obsessies – zoals ook met het Jood-zijn  -  en het eindeloze spel van het schrijven. ( de kunst van het veinzen en het buikspreken zoals hij in een interview zegt. Hij vertelt daarin ook dat hij in psycho analyse is geweest – een techniek die mogelijk veel aan de kunst van het schrijven heeft bijgedragen).  Roth is een maatschappelijke schrijver in de zin dat zijn personages Amerikaans zijn en er zelden over de natuur of het landschap wordt geschreven. Voordat je het weet betrekt hij de lezer in een spanningsveld tussen personen, die altijd met beide benen in de maatschappij staan en daarmee al dan niet te kampen hebben. Voor mij zijn de karakters soms teveel op het leven van alledag betrokken en is er nauwelijks ontsnapping mogelijk langs de weg van het absurdisme of de droom. Misschien is Roth in dat opzicht nogal cerebraal zonder emoties overigens tekort te doen. Idee en idee fixe hebben een groot aandeel in zijn personages zodat ze ook niet ver afstaan van de politieke werkelijkheid, die vaak in de dialogen is te terug te vinden. De verbeelding echter speelt zich af binnen de maatschappij en de persoonlijke relaties, die door overmatige focus op één aspect van het leven ontsporen en ziekelijke vormen aannemen. Soms is dat voor mij wel wat benauwend omdat de personages ( net als ik) als het ware geplaagd worden door de dagelijkse realiteit, waaraan zij niet weten te ontsnappen. Ze hebben iets weg van gevangenen – van de maatschappij en van hun obesessies. Ze raken verknoopt in zichzelf en hun situatie – tandarts met assistente, een echtgenote Carol, die zichzelf voor de gek houdt, Nathan die zijn broertje koeioneert en andersom of juist niet etc  Het banale leven van alledag, waarmee we al zoveel van doen hebben net zoals het nieuws in de krant etc. Het is een kwaliteit die veel lezers zal aanspreken door de herkenning, terwijl ik het ervaar als een tekort ( aan literaire verbeelding) , waardoor ik vaak een beetje ontredderd achterblijf in de modderpoel. In zekere zin ben ik opgelucht als ik het boek uit heb, dwz als er een eind is gekomen aan het eindeloos geworstel met elkaar en met waanbeelden.

woensdag 17 mei 2017

Coetzee The master of Petersburg














The Master of Petersburg

Coetzee


Hoofdpersoon van de roman is Dostoevski, die uit Dresden reist naar Petersburg, waar zijn stiefzoon Pavel om het leven is gekomen. Zoonlief blijkt bij nader onderzoek aangesloten te zijn bij een groep jeugdige revolutionairen olv een zekere Nechaev, die beweert dat de politie Pavel heeft omgebracht maar vermoedelijk zelf de dader van het misdrijf is. Dostoevski logeert bij Ana Sergejevich en haar dochter Matryona, die beiden een verhouding hebben gehad met Pavel en nu ook min of meer bezwijken voor D.
Alle thema’s van D. komen in deze roman terug: schuld en boete, wreedheid, sadisme en zelfkwelling, misdaad en straf, vaders en zonen, perversie (pedofilie) en verleiding, epilepsie en zelfbegoocheling, obsessies en bezetenheid, armoede en revolutie, rationeel zelfbedrog en eenzaamheid. Noodlot en koppig verzet?
Het is een thriller en een tragedie, een noodlotsdrama. Het laat zien hoe een individu kan losraken van de maatschappij, verdwaalt in zijn eigen obsessies, hoe hij radicaliseert en moreel elk houvast verliest en moord en doodslag zich laten rechtvaardigen op deze dwaalweg.
Coetzee toont hoe schrijven een fysiek proces is, waarin al het denkbare voelbaar wordt gemaakt, zodat er een beklemming ontstaat, waaraan voor de lezer geen ontsnappen mogelijk lijkt. De grenzen tussen werkelijkheid en binnenwereld verdwijnen of vervagen, zodat de lezer niet meer weet of het gaat om verbeelding, fantasie, geestesziekte of over de buitenwereld. Overal loert gevaar en steekt angst, bedreiging en vlucht de kop op. Aan het eind schuift het schrijven van D. zich in dat van Coetzee of andersom.
Het lezen wordt  schrijven, in elk geval een voortgaande ervaring, die zich voltrekt alsof schrijver noch lezer weet wat in het verschiet ligt. Al lezend gebeurt wat zich schrijft zonder koers of richting, lijkt het, een logica volgend, waarvan de regels al lezend worden herkend maar niet kunnen worden geanticipeerd, omdat de schrijver niet vóór ligt, maar gelijk op loopt en openhoudt wat nog gaat gebeuren. Lezen en schrijven hebben een simultaan karakter, een innige verbondenheid, die dwingt lezer en schrijver bijeen te houden, zo je wilt te verwisselen, zodat het verhaal geen kans krijgt zich los te maken als zelfstandig onderwerp en een schaduw te werpen over het schrijven en lezen. Niet de uitkomst maar het lezen vormt de essentie van het werk. Het verhaal is de constructie, die eigenlijk niet zichtbaar mag zijn om te voorkomen, dat het schrijven op de achtergrond verdwijnt en plaats moet maken voor een werk dat voltooid is en daarna gelezen wordt. Het is de ervaring, die zich aandient en gesmaakt wordt.




zondag 25 december 2016

de Hond van Malaparte


Artikeltje gepubliceerd in de Napa van de Amigoe , november 2016



De hond van Malaparte
Curzio Malaparte staat bekend om zijn hypnotische beschrijvingen van de oorlog en zijn gruwelen. Aan zijn vermaard oorlogsboek ‘Kaputt’ ontbrak in Engelse vertaling tot voor kort één hoofdstuk. Het gaat over de jachthond Spin. Het geeft inzicht in de waanzin van de oorlog en toont een heel andere kant van Malaparte. Goed zich te realiseren nu dagelijks steden als Aleppo en Mosul massaal worden gebombardeerd.
De literaire slinger
In de literatuur kan het gek lopen. Er is vaak geen peil op te trekken hoe een literair werk bekend wordt  of juist tijden lang onopgemerkt blijft. Soms gaat het om mysterieuze manipulaties dan weer raakt een werk gewoon (tijdelijk) zoek. Dat is op zich al intrigerend. Zo wil Kafka dat zijn werk na zijn dood wordt verbrand, maar steekt zijn beste vriend Max Brod er een stokje voor. De hele wereld leest Kafka. De Japanse (cult)schrijver Haruki Murakami gooit hoge ogen voor de Nobelprijs, maar de liedjeszanger Bob Dylan gaat er dit jaar mee vandoor. Roberto Bolaño uit Chili sterft al op jonge leeftijd, maar blijft steeds een veelgelezen latijns-Amerikaanse schrijver. Om te kunnen schrijven reist Cees Nooteboom de hele wereld af, maar wordt vooral geprezen in Duitsland. De Amerikaanse laureaat Philip Roth zet - oud en wijs geworden? – definitief een punt achter het schrijven. Naar eigen zeggen schrijft Patrick Modiano telkens hetzelfde boek geinspireerd door het Parijs in de Tweede Wereldoorlog, maar valt toch in de prijzen. (Nobelprijs 2014). En het fenomenale werk van de Portugese schrijver Antonio Lobo Antunes blijft geheel onterecht in de schaduw van de vuile, koloniale oorlogen in Afrika. De literaire slinger wordt aangedreven door geluk, toeval, pech of het lot.
Malaparte
Zoals gezegd, soms raakt er werk gewoon zoek, dat later toch wordt gepubliceerd. Ik denk aan een hoofdstuk uit het fameuze boek ‘Kaputt’ van de Italiaanse oorlogscorrespondent en diplomaat Curzio Malaparte (1898-1957). Het werd onlangs alsnog gepubliceerd in een Engelse vertaling van zijn werk door de bekende filmmaker Walter Murch (de maker o.a. van de ‘English patient’ en ‘the Godfather’), dat verscheen onder de titel ‘The Bird that swallowed its Cage’.* Malaparte is zelf de vogel, de kooi zijn cel, waarin hij kort gevangen is gezet tijdens het fascistisch Mussolini-bewind. Die gevangenschap blijft hem zijn leven lang heugen. Het hoofdstuk ‘The gun gone mad’ ontbreekt gek genoeg niet in de eerdere Franse en Italiaanse uitgaven van ‘Kaputt’, wel in de Engelse editie van 1946. Dat is nu recht gezet in deze nieuwe bundel verhalen. Het oorlogsboek ‘Kaputt’ is een ongeëvenaarde literaire oorlogsreportage over de Tweede Wereldoorlog met een titel die boekdelen spreekt. Het ‘ontbrekende’ hoofdstuk toont een staaltje schrijfkunst van buitengewone empathie en mensenkennis. Het vergroot ons inzicht in oorlog als een (on)menselijk fenomeen. Dat is de reden om er nog eens over te schrijven. Een verklaring waarom het hoofdstuk in het ongerede raakte, ken ik niet. Curzio Malaparte was een controversiëel man. Hij werd voor de Tweede Wereldoorlog uit de Italiaanse fascistische partij gegooid en verbannen. Aan het eind van de oorlog was hij verbindingsofficier tussen Italië en de Geallieerden. Na de oorlog werd hij lid van de communistische partij, interviewde Mao Ze Dong en liet zich vlak voor zijn dood dopen tot katholiek.
Oorlogsliteratuur
Er zijn natuurlijk tal van ongemeen indringende oorlogsboeken geschreven. Oorlogsliteratuur, die ik liever niet lees. Zeker niet wanneer de oorlog min of meer verheerlijkt wordt. Oorlogsdocumentatie is vanzelfsprekend noodzakelijk voor het zwakke geheugen van de mensheid, hoewel ik niet de illusie heb dat het veel helpt tegen het fenomeen oorlog als zodanig. De correspondent Malaparte loopt, als we het hebben over oorlogsverheerlijking, over de rand van het scheermes. Hij is vaak – met recht - beticht van bluf en grootdoenerij. Van fantasie en leugenachtigheid. Hij lijkt overal, aan alle fronten tegelijkertijd te zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Malaparte schrijft in de ik-vorm alsof hij zelf aanwezig is bij alle grote gebeurtenissen en veldslagen. Hij snoeft graag, ijdel als hij is. Aan welke kant hij precies staat, is niet altijd even duidelijk. Is hij in werkelijkheid een kameleon om zijn beroep van oorlogsschrijver te kunnen uitoefenen? Hij is zeker geen Céline geweest, de Franse schrijver die na de oorlog ter dood veroordeeld werd om zijn antisemitisme, maar later zelfs weer naar zijn moederland Frankrijk kon terugkeren. Ook Céline, hoe omstreden ook, werd na de oorlog weer gelezen – maar primair om zijn revolutionaire vernieuwing van de Franse taal. (Naar het einde van de Nacht). Hoewel Malaparte in dit opzicht niet tegen hem op kan en veel meer als ‘literair reporter’ schrijft, is hij een oorlogsschrijver van formaat. Noem hem een literaire kroniekschrijver van de oorlog, die reizen, reportage, documentaire en fictie op onnavolgbare wijze vermengt. Dat maakt zijn werk verleidelijk, onbetrouwbaar en ook gevaarlijk, precies wat hij vermoedelijk ook beoogt – op de rand van het scheermes!
Hondse Norm
‘Het gek geworden geweer’ is het verhaal dat speelt tijdens het vierdaagse terreurbombardement van Duitse stuka-bommenwerpers op de stad Belgrado in 1944, waarbij tussen de 6.000 en 24.000 doden vallen. Het is vooral het verhaal van de hond Spin, die ziek wordt van het oorverdovend, massaal bombardementsgeweld, van de helse explosies. Het beschrijft de machteloosheid van de Italiaanse gezant en van Malaparte tegenover de hond Spin tijdens de gierende bombardementen. Ze zijn alle gezag kwijt. Spin wil absoluut niets meer, trekt zich terug in zijn eigen wereld. Hoort wel, maar luistert niet. Hij doet niets, beweegt nauwelijks, ligt lusteloos, in zichzelf gekeerd beneden in de wijnkelder van het Italiaanse gezantschap, die als schuilkelder dient. Spin is ziek, doodziek, ligt bewegingloos opgekruld, half geloken ogen, met de snuit tegen de vloer. Hij is niet te bewegen om uit zijn schuilplaats te komen, wanneer het bombardement uiteindelijk na vier dagen over is. Hoe ook bevolen of gesmeekt, hij verdomt het de trap op te klimmen. Spin, de jachthond die vertrouwd is met het geluid van het jachtgeweer is totaal verdoofd, apathisch, hartziek. Waarom is Spin ziek? Malaparte herhaalt het, er is meer aan de hand dan angst alleen. Want Spin is een echte jachthond, niet bang of laf, maar nu volstrekt passief, wezenloos, als verlamd. Pas als Malaparte op een ochtend hem trillend in zijn armen de trap op naarbuiten draagt, ogenschijnlijk voor executie door de Italiaanse gezant, die daarop in de lucht schiet, keert het leven ineens terug in Spin. De orde lijkt door het geweerschot in één klap hersteld. Spin keert terug naar het normale bestaan. Als schrijver gaat Malaparte hier tot de grens. Hij schrijft vanuit zijn mededogen met Spin naar de uiterste, de allerlaatste remedie, de meedogenloosheid van het executieschot, dat hij op de valreep een halt toeroept. Welbeschouwd, vertelt Spin ons zonder woorden wat de mensen hier onder elkaar aanrichten. Spin is de onbarmhartige waarnemer van de menselijke waanzin, de oorlog. Dat is letterlijk zijn honds gedrag. Spin kent de norm van het jachtgeweer, het enkelvoudig schot tijdens de jacht met zijn baas. Hij voelt dat met de bombardementen een grens is overschreden. Hij ruikt het gewoon. Dit geweld is teveel voor zijn hondenkop. Spin heeft een norm, zij het een hondse (‘cynische’) norm, die de mens in al het oorlogsgeweld kennelijk zonder het te beseffen totaal is kwijt geraakt. Malaparte zet met Spin de mens te kijk, nee de hond zet de mens te kijk. De mens die zich niet kan meten met een hond, absoluut zijn koers verloren heeft door eigen toedoen. Vergeleken met Spin is de mens een gemankeerd dier. Jacht en oorlog zijn naar hun aard onvergelijkbaar. Spin, de hond is er het levende bewijs van, zo raak en bijna teder door Malaparte beschreven als nog het enige wezen dat zichzelf blijft in deze hel op aarde. Dit vermogen tot empathie met Spin en de tederheid van schrijven maken de oorlog niet minder wreed of onzinnig. Integendeel, Malaparte laat in dit kort verhaal  - the missing chapter - zien hoe waanzinnig, dolgedraaid en grenzenloos destructief de mens is geworden. Het verhaal van Spin is, denk ik, een verhuld pleidooi van Malaparte voor een menselijke maat ook in het absurde bedrijf van moderne oorlogvoering. In al zijn eigen wispelturigheid en ijdelheid is dit misschien wel de kern van zijn visie. Een visie die helaas geen les lijkt voor de mens, wanneer je vandaag de dag de krant leest over de niets ontziende bombardementen op Aleppo en andere steden in Syrië, Irak en Turkije.
Het Nulpunt
Curzio Malaparte wordt onomstreden erkend als een begenadigd schrijver, niet alleen over oorlog en geweld. Hij is ook een scherpzinnig waarnemer, realiseer ik me nog eens, wanneer ik uit deze bundel zijn gedicht ‘Empty Sky’ lees: ‘And Chinese artists never paint the sky/Where we put blue or black/they leave the canvas bare.’ Zo’n observatie laat zien dat hij oog heeft voor de leegte, die voorwaarde is niet om een verhaal te kunnen vertellen maar om werkelijk te kunnen schrijven – de kunst van het schrijven vanaf het nulpunt. Heel soms vliegt een vogel over het lege doek (bare canvas). Er staan bikkelharde en ontroerende verhalen in The Bird that swallowed its Cage.
*The Bird that Swallowed its Cage, Curzio Malaparte, in Counterpoint Berkeley. In 2013, eigenzinnig vertaald naar het Engels - soms in versvorm - door de filmmaker Walter Murch.


maandag 21 november 2016

charlie bloem

Het verhaal is een blindganger, zodra de meid vergeten is. De herinnering herleeft, smoort het gesprek. De veranda groeit uit tot een stad, een dubbelstad, een platform van bedrog, dubbelzinnigheid en dood. Geluidloos lachen. Alleen de gek draagt een masker van zijde.

uit charlie bloem, de vandalsky papers

maandag 14 november 2016

Charlie Bloem -de Vandalsky Papers





Charlie Bloem
De Vandalsky Papers
Auteur: Derk Cools

Uitgeverij: lulu

http://www.lulu.com/shop/derk-cools/charlie-bloem/paperback/product-21901486.html

Onlangs is de novelle Charlie Bloem van de schrijver Derk Cools verschenen. Een literaire analyse ontbreekt nog. De novelle is verhaaltechnisch geconstrueerd rond een fantastische gebeurtenis op een Caribisch eiland (Curacao). Een lokale krant bericht dat kinderen een (zwarte) Madonna hebben gezien, zwevend boven de kust om daarna onvindbaar te verdwijnen in een kunuku huisje. Een priester legt het verhaal voor aan een rechter en advocaat. Tezamen met de journalist Vandalsky, die het verhaal publiceert, onderwerpen zij in kleine kring de gebeurtenis aan een onderzoek. In de lokale gemeenschap neemt men stilzwijgend aan dat het om een wonder gaat. De druk op het kleine gezelschap neemt toe. De rechter laat zich verleiden tot een diepzee-expeditie om zijn waarnemingsvermogen te testen. De priester vlucht het eiland af naar Polen. De journalist lijdt steeds vaker aan hallucinaties en verdwaalt in de mondi. De advocaat Charlie Bloem, die op verzoek van de priester onderzoek doet, vertelt terugblikkend op de gebeurtenis het verhaal. Er ontspint zich een strijd tussen verstand en magie (brua), licht en duisternis, liefde en jaloezie met  een zoektocht naar ieders persoonlijke identiteit als inzet. De roman volgt een spoor naar de werkelijkheid met een noodlottige afloop. De ondertitel ‘de Vandalsky Papers’ geeft aan dat de roman ook als een thriller gelezen kan worden, voor wie een roman zonder plot geen bestaansrecht heeft. De vraag is hoe kan documentatie over een verschijning worden opgebouwd als het in wezen gaat om een hallucinatie, waarvan de journalist Vandalsky als enige verslag in de krant doet.
De novelle bestaat uit zes delen, waarvan het eerste deel even lang is als de andere tezamen. Elk deel wordt ingeleid met een bericht uit de internationale pers. Drie berichten hebben betrekking op de inslag van een grote meteoriet in Siberië. Twee andere gaan over bizarre gebeurtenissen in Japan en Rusland. Altijd loert de dood om de hoek. De berichten vormen tezamen een kort verhaal gekenmerkt door shock and awe.
De personages in het boek, migranten op het Caribisch eiland, worden in het eerste deel één voor één geintroduceerd, terwijl de magie van de mythische gebeurtenis zich als een inktvlek door de tekst heen verspreidt. In deel 2 en 3 wordt de lezer aangesproken om actief deel te nemen aan de waarheidsvinding. De mysterieuze gebeurtenis blijkt veel weg te hebben van een pantomime. Deel 4 en 5 zijn gewijd aan de vlucht van de priester, zodat de lezer het mysterie afstandelijk kan bekijken. De barre tocht van de priester te paard door het moeras in Polen moet de twijfels over het wonder bezweren. In dit gebied spookt het oorlogsverleden rond, sterker nog dan de brua op het eiland. Een briefwisseling over kunst en muziek tussen de advocaat en zijn geliefde fungeert als contrapunt. In deel 6 sluit zich de cirkel om het wonder. De hemel verbindt zich met de aarde.
In de cursieve tekst, die door de novelle meandert, krijgt de grondtoon in de communicatie gestalte, waardoor de Madonna-verschijning een natuurlijke plaats krijgt tussen andere wonderlijke en bizarre gebeurtenissen zoals het Caribisch carnaval, de WTC-aanslag in New York, de financiele crash en het opdoemen van voorwereldlijke diersoorten zoals de coelacanth en de axolotl.
De novelle is doortrokken van licht, dat de werkelijkheid doet schitteren. De Verschijning wordt paradoxaal gesproken overschaduwd door een zonsverduistering. De personages hebben allen een schaduw, een dubbelganger, hun ziel ofwel alter ego. In de gesprekken duiken vaak fossielen op. Zij zijn een afdruk ofwel de verstening van ooit levende wezens, die het licht in de ogen hebben verloren. Zo verkent de tekst de grenzen van het bestaan, de rand waar het leven overgaat in de dood, eerst nog in zijn voorafschaduwing, de bestaansangst. In de metamorfose, die zich elke seconde van het leven voltrekt, worden de grenzen van de individuele identiteit afgetast en de mogelijkheden van ontsnapping aan verstarring verkend. De priester beseft tijdens zijn vlucht door het moeras het gevaar van de verstening van het hart.
De aanwezigheid van een schip voor de kust, dat telkens vergaat en weer opduikt, suggereert dat het leven op het eiland van buitenaf wordt gadegeslagen. Vanaf het schip oogt de werkelijkheid anders, de blik verandert. Het schip is een toevluchtsoord dan weer een hallucinatie.
De taal van de novelle is als een lichaam, waarin de gebeurtenis zich voltrekt en ontpopt. Niet de betekenis van de taal staat voorop, maar de vraag ‘werkt de taal’, bijvoorbeeld als een warm of koud bad.
De novelle is een Caribische uitwerking van het gedicht over de vinger en de maan, van de Japanse Zenmeester Ryokan (1758-1831) dat als inleidende tekst is opgenomen in Engelse vertaling. Het is een (soort) ko-an, waarin het denken in subject en object overstegen wordt in een zienswijze, waarin maan en vinger niet verschillend zijn, niet hetzelfde (identiek) en tenslotte geen maan, geen vinger zijn. Voortdurend worden de hoofdpersonen vervreemd van zichzelf door hun eigen wanen en de metamorfoses in de buitenwereld. Hun ik verdwijnt telkens, de personen worden deel van de werkelijkheid.
De constructie van licht en stilte schept een wereld van spiegelingen en meditatie, waarin vogels zwemmen en vissen vliegen. Het is in deze taal dat de werkelijkheid verandert, schittert, glanst en metamorfoseert. En intussen – de epiloog - rijdt Sizzler op zijn motor over de hoogvlakte van de Nevada-woestijn in schitterend licht.



maandag 7 november 2016

Paarden bij Ascension






Het is zondag, een heldere dag. Warm al. In de nacht heeft het geregend. Op de weg naar Ascensionbaai staan diepe plassen regenwater. Ik kan er net met de mitsubishi doorheen. Ik parkeer de auto onder een boom bij de klif en klim tussen de rotsen over een houten trap naar het plateau. Van boven af zie ik de twee ruiters, de meester en de leerling. De meester demonstreert met twee paarden de watergang en gaat bijna kopje onder. Het paard vindt weer vaste bodem. Met overleg gaan de ruiters de baai in. Ik zet ze op de plaat.  Beneden me zie ik drie vrouwn op een rots. Wanneer ik aan zee ben, zie ik de ruiters over de vlakte aankomen. Ze poseren voor elkaar aan zee.