dinsdag 29 mei 2018

Standing Rock







In de Napa blz 6 van 4 februari 2017 opgenomen onder de titel Poëzie versus Werkelijkheid
Standing Rock 
Eclips of barst in de werkelijkheid?
Standing Rock is nieuws. Een heftig conflict over een oliepijpleiding dwars door het Indianen reservaat Standing Rock, in Dakota, de V.S. Tweeduizend oorlogsveteranen schieten de Indianen te hulp tegen de politie. Hoe lang blijft Standing Rock in beeld? De journalist komt aangesneld voor een reportage. De fotograaf maakt foto’s, de filmer laat de camera draaien. De columnist levert commentaar in een grotere contekst. Na een tijdje verschijnt de filosoof met een beschouwing over onrecht, geweld, hoop, lafheid en moed. Daarna wordt het stil, tijd voor het grote vergeten. Wat was het ook weer, Standing Rock – iets met olie en Indianen? Hoe kan er meer overblijven van Standing Rock in het geheugen van de mens. Verdwijnt Standing Rock voor altijd na de eclips, de verduistering van de planeet? Waar is de poëzie? Wat doet de dichter, wanneer hij zich tegenover de werkelijkheid ziet gesteld? Heeft hij aan de strijder, de journalist, columnist en filosoof iets toe te voegen, dat de moeite waard is. Ziet hij andere mogelijkheden?  
Werkelijkheid en Poëzie
Poëzie en werkelijkheid zijn twee kanten van eenzelfde medaille. Zeg de voor- en achterkant. Kies zelf welke zijde je het liefst is. Zie je het verschil of weet je het niet? Wat is een medaille? Een muntstuk, een penning aan beide zijden bewerkt met een ciseleermesje, een beitel, de hamer? Standing Rock, welke kant van de medaille is het Indiaanse Sioux reservaat in de Amerikaanse Staat Dakota? Vanuit de werkelijkheid zoeken we naar geschikte woorden om vat op de gebeurtenis te krijgen. We blijven aan aan de kant van de werkelijkheid. Geweld, schande, bedrog, onrecht etc., etc. En als we een ander geluid willen laten horen zeggen we ook: onheilsplek, misschien zelfs on-doorwaadbare plaats of nog bloemrijker tromgeroffel, doofpot, ketelmuziek, zwanenzang. En zo blijft Standing Rock, de omstreden plek waar de aarde naar de hemel reikt. Een plaats waar de wind omheen woelt, de mens te keer gaat. Een schrijnende wond, waar de aarde leeg bloedt. Een plek van de verwachte eclips, een (tijdelijke) verduistering van de planeet of toch ook, zoals Leonard Cohen dichtte, een barst in de werkelijkheid, waardoor het licht naarbinnen dringt?( ‘there is a crack in everything, that’s how the light comes in’) Of weer anders gezegd, misschien wat ondoorgrondelijk op het eerste gezicht:

If I had known
How sorrowful this world is
I would have become
Grass or a tree
In a deep mountain.

zoals - geheel los van Standing Rock - de Japanse Zen Meester Ry-okan(1758- 1831) ooit dichtte. Lees het nog een keer, hardop. ‘Als ik het geweten had!’ Zonder water sterft het gras en ook de boom. Dat geldt overal op de planeet. En de boom en het gras sterven als de oliepijpleiding lekt bij de rivier de Missouri en het grondwater rond Standing Rock vervuilt, het drinkwater vergiftigd wordt. Standing Rock is geen gedicht. Ik zeg het luid en duidelijk , om misverstand te voorkomen, ‘Standing Rock is niet een gedicht.’ De werkelijkheid ìs geen gedicht en ook niet de achterkant van een gedicht. De werkelijkheid is geen werkelijkheid zonder achterkant? Een gedicht is niets dan achterkant, steeds zichzelf. Boom en gras wortelen en groeien in de werkelijkheid, in een gedicht bewonen ze een diepe berg.
De luit zonder snaar
Standing Rock, gras, boom of rots? Niemand die het weet, wanneer hij niet beseft hoe ‘sorrowful’ de werkelijkheid is. Maar de werkelijkheid kent geen gevoel net zo min als het gedicht. Droef of bedroefd, verdrietig, een gedicht noch de werkelijkheid kan het zijn. Het is een verzuchting van de dichter over zichzelf. Hij staat nog met één been in de werkelijkheid. Maar dankzij het gras en de boom ontkomt hij aan zichzelf en zijn gemoedstoestand. Gras en boom drinken water. Niet het steen. Standing Rock is een ‘rots’ in de onmetelijke vlakte van Dakota. Hard als steen, bikkelhard het gevecht. Het drinkwater vervuilt. De werkelijkheid versteent. Steenharde werkelijkheid. Opstand van steen – midden in het land. Gras en boom sterven in de werkelijkheid, die verhardt. De berg is van steen, van graniet. De dichter verandert in gras of een boom, ‘als hij het geweten had.‘ Hij ondergaat een verandering, een metamorfose. Niemand weet hoe het precies in zijn werk gaat. Of weet de dichter het wel wanneer hij elders schrijft:

on a quiet evening in my thatch-roofed hut
alone I play a lute with no string.
its melody enters wind and cloud,
mingles deeply with a flowing stream,
fills out the dark valley,
blows through the vast forest, then disappears.
Others than those who hear emptiness
Who will capture this rare sound?
De lezer van het gedicht begrijpt dat de dichter zich losmaakt uit de werkelijkheid, hij speelt de luit zonder snaar, de melodie vermengt zich met de aarde en verdwijnt. Met zijn luit in de hand staat de dichter nog half in de werkelijkheid. Maar de luit heeft geen snaar, de dichter kent de melodie. Hij trekt zich terug uit de werkelijkheid, verdwijnt uit het gedicht dat de melodie van de luit zonder snaar meeneemt. Wie anders vangt deze muziek dan alleen degene die de leegte hoort. En de wind en de wolken, de stroom, de bossen en het donkere dal dragen de melodie verder, steeds verder totdat het geluid ophoudt en verdwijnt – tesamen met de dichter. De leegte verschijnt, wanneer de werkelijkheid vervluchtigt en verdwijnt in zichzelf. De dichter is verdwenen. De leegte is de opening, de barst of scheur, die licht en geluid doorlaat. Daar bevindt zich Standing Rock, daar laat het zeldzame geluid van de luit zonder snaar zich horen. De leegte doet de werkelijkheid vervluchtigen. Er is niets dan het geluid van de luit zonder snaar, het licht dat door de barst naarbinnen valt. Standing Rock is voorgoed Standing Rock - na de eclips.
Derk Cools
http://coolsplanet.blogspot.com/

maandag 28 mei 2018

Philip Roth: Counter Life



 Bij het overlijden van Philip Roth: een recensie opgepikt en geplaatst.


Dear Readers,
Jammer dat ik uiteindelijk toch niet Femia alleen durfde achterlaten en niet bij de bespreking van Philip Roth’s Counter Life aanwezig kon zijn. Het boek was een keuze van Liesbeth meen ik en zij zal wel het voortouw bij de discussie hebben gehad. Ik geloof dat Liesbeth door Adriaan van Dis op het spoor was gezet – niet de eerste de beste, hoewel toch ook weer geen echte favoriet van mij ondanks zijn laatste boek. Counter Life(C.L.) wordt door Harold Bloom als het beste van Roth beschouwd. En hij is een autoriteit. Hoe dit ook zij, ik heb heel wat uurtjes geboeid met dit werk doorgebracht. Het is natuurlijk zonder meer goed geschreven in een schrijfstijl die even goed als een conversatietoon en als voordracht kan worden bestempeld, met een vocabulair om jaloers op te zijn. Dialogen die zich gaandeweg ontwikkelen als monologen met een groot indringend overredings- en inlevingsvermogen, dat de gesprekspartner en de lezer op sleeptouw neemt. Met groot gemak sleurt Roth de lezer mee in de obsessies van zijn karakters of het nu seks, ziekte, antisemitisme of rabiate settler-praat is van een fanatieke, orthodoxe Jood is. Afwisseling van alledaagse gebeurtenissen en deze onontkoombare bezetenheid geeft een enorme spanning, de stuwkracht in het verhaal, dat bovendien knap geconstrueerd is in zijn verwisseling van manuscript, verteller en schrijver, waardoor de lezer geen gelegenheid krijgt voort te modderen door de tekst maar gedwongen wordt werkelijkheid en script te ontrafelen en zich in te leven in en te ontworstelen aan de personages en hun onderlinge relaties. In het bizonder de verwisseling van de broers Nathan en Henry als schrijver van het manuscript en karakter en als zieke/bezetene is buitengewoon slim, gewiekst en speels uitgevoerd zonder dat zij ook maar iets aan echtheid inboeten. Het is zonder meer een ingenieus boek, dat herlezing vereist al was het alleen al om de verwoording van obsessies – zoals ook met het Jood-zijn  -  en het eindeloze spel van het schrijven. ( de kunst van het veinzen en het buikspreken zoals hij in een interview zegt. Hij vertelt daarin ook dat hij in psycho analyse is geweest – een techniek die mogelijk veel aan de kunst van het schrijven heeft bijgedragen).  Roth is een maatschappelijke schrijver in de zin dat zijn personages Amerikaans zijn en er zelden over de natuur of het landschap wordt geschreven. Voordat je het weet betrekt hij de lezer in een spanningsveld tussen personen, die altijd met beide benen in de maatschappij staan en daarmee al dan niet te kampen hebben. Voor mij zijn de karakters soms teveel op het leven van alledag betrokken en is er nauwelijks ontsnapping mogelijk langs de weg van het absurdisme of de droom. Misschien is Roth in dat opzicht nogal cerebraal zonder emoties overigens tekort te doen. Idee en idee fixe hebben een groot aandeel in zijn personages zodat ze ook niet ver afstaan van de politieke werkelijkheid, die vaak in de dialogen is te terug te vinden. De verbeelding echter speelt zich af binnen de maatschappij en de persoonlijke relaties, die door overmatige focus op één aspect van het leven ontsporen en ziekelijke vormen aannemen. Soms is dat voor mij wel wat benauwend omdat de personages ( net als ik) als het ware geplaagd worden door de dagelijkse realiteit, waaraan zij niet weten te ontsnappen. Ze hebben iets weg van gevangenen – van de maatschappij en van hun obesessies. Ze raken verknoopt in zichzelf en hun situatie – tandarts met assistente, een echtgenote Carol, die zichzelf voor de gek houdt, Nathan die zijn broertje koeioneert en andersom of juist niet etc  Het banale leven van alledag, waarmee we al zoveel van doen hebben net zoals het nieuws in de krant etc. Het is een kwaliteit die veel lezers zal aanspreken door de herkenning, terwijl ik het ervaar als een tekort ( aan literaire verbeelding) , waardoor ik vaak een beetje ontredderd achterblijf in de modderpoel. In zekere zin ben ik opgelucht als ik het boek uit heb, dwz als er een eind is gekomen aan het eindeloos geworstel met elkaar en met waanbeelden.

woensdag 17 mei 2017

Coetzee The master of Petersburg














The Master of Petersburg

Coetzee


Hoofdpersoon van de roman is Dostoevski, die uit Dresden reist naar Petersburg, waar zijn stiefzoon Pavel om het leven is gekomen. Zoonlief blijkt bij nader onderzoek aangesloten te zijn bij een groep jeugdige revolutionairen olv een zekere Nechaev, die beweert dat de politie Pavel heeft omgebracht maar vermoedelijk zelf de dader van het misdrijf is. Dostoevski logeert bij Ana Sergejevich en haar dochter Matryona, die beiden een verhouding hebben gehad met Pavel en nu ook min of meer bezwijken voor D.
Alle thema’s van D. komen in deze roman terug: schuld en boete, wreedheid, sadisme en zelfkwelling, misdaad en straf, vaders en zonen, perversie (pedofilie) en verleiding, epilepsie en zelfbegoocheling, obsessies en bezetenheid, armoede en revolutie, rationeel zelfbedrog en eenzaamheid. Noodlot en koppig verzet?
Het is een thriller en een tragedie, een noodlotsdrama. Het laat zien hoe een individu kan losraken van de maatschappij, verdwaalt in zijn eigen obsessies, hoe hij radicaliseert en moreel elk houvast verliest en moord en doodslag zich laten rechtvaardigen op deze dwaalweg.
Coetzee toont hoe schrijven een fysiek proces is, waarin al het denkbare voelbaar wordt gemaakt, zodat er een beklemming ontstaat, waaraan voor de lezer geen ontsnappen mogelijk lijkt. De grenzen tussen werkelijkheid en binnenwereld verdwijnen of vervagen, zodat de lezer niet meer weet of het gaat om verbeelding, fantasie, geestesziekte of over de buitenwereld. Overal loert gevaar en steekt angst, bedreiging en vlucht de kop op. Aan het eind schuift het schrijven van D. zich in dat van Coetzee of andersom.
Het lezen wordt  schrijven, in elk geval een voortgaande ervaring, die zich voltrekt alsof schrijver noch lezer weet wat in het verschiet ligt. Al lezend gebeurt wat zich schrijft zonder koers of richting, lijkt het, een logica volgend, waarvan de regels al lezend worden herkend maar niet kunnen worden geanticipeerd, omdat de schrijver niet vóór ligt, maar gelijk op loopt en openhoudt wat nog gaat gebeuren. Lezen en schrijven hebben een simultaan karakter, een innige verbondenheid, die dwingt lezer en schrijver bijeen te houden, zo je wilt te verwisselen, zodat het verhaal geen kans krijgt zich los te maken als zelfstandig onderwerp en een schaduw te werpen over het schrijven en lezen. Niet de uitkomst maar het lezen vormt de essentie van het werk. Het verhaal is de constructie, die eigenlijk niet zichtbaar mag zijn om te voorkomen, dat het schrijven op de achtergrond verdwijnt en plaats moet maken voor een werk dat voltooid is en daarna gelezen wordt. Het is de ervaring, die zich aandient en gesmaakt wordt.




zondag 25 december 2016

de Hond van Malaparte


Artikeltje gepubliceerd in de Napa van de Amigoe , november 2016



De hond van Malaparte
Curzio Malaparte staat bekend om zijn hypnotische beschrijvingen van de oorlog en zijn gruwelen. Aan zijn vermaard oorlogsboek ‘Kaputt’ ontbrak in Engelse vertaling tot voor kort één hoofdstuk. Het gaat over de jachthond Spin. Het geeft inzicht in de waanzin van de oorlog en toont een heel andere kant van Malaparte. Goed zich te realiseren nu dagelijks steden als Aleppo en Mosul massaal worden gebombardeerd.
De literaire slinger
In de literatuur kan het gek lopen. Er is vaak geen peil op te trekken hoe een literair werk bekend wordt  of juist tijden lang onopgemerkt blijft. Soms gaat het om mysterieuze manipulaties dan weer raakt een werk gewoon (tijdelijk) zoek. Dat is op zich al intrigerend. Zo wil Kafka dat zijn werk na zijn dood wordt verbrand, maar steekt zijn beste vriend Max Brod er een stokje voor. De hele wereld leest Kafka. De Japanse (cult)schrijver Haruki Murakami gooit hoge ogen voor de Nobelprijs, maar de liedjeszanger Bob Dylan gaat er dit jaar mee vandoor. Roberto Bolaño uit Chili sterft al op jonge leeftijd, maar blijft steeds een veelgelezen latijns-Amerikaanse schrijver. Om te kunnen schrijven reist Cees Nooteboom de hele wereld af, maar wordt vooral geprezen in Duitsland. De Amerikaanse laureaat Philip Roth zet - oud en wijs geworden? – definitief een punt achter het schrijven. Naar eigen zeggen schrijft Patrick Modiano telkens hetzelfde boek geinspireerd door het Parijs in de Tweede Wereldoorlog, maar valt toch in de prijzen. (Nobelprijs 2014). En het fenomenale werk van de Portugese schrijver Antonio Lobo Antunes blijft geheel onterecht in de schaduw van de vuile, koloniale oorlogen in Afrika. De literaire slinger wordt aangedreven door geluk, toeval, pech of het lot.
Malaparte
Zoals gezegd, soms raakt er werk gewoon zoek, dat later toch wordt gepubliceerd. Ik denk aan een hoofdstuk uit het fameuze boek ‘Kaputt’ van de Italiaanse oorlogscorrespondent en diplomaat Curzio Malaparte (1898-1957). Het werd onlangs alsnog gepubliceerd in een Engelse vertaling van zijn werk door de bekende filmmaker Walter Murch (de maker o.a. van de ‘English patient’ en ‘the Godfather’), dat verscheen onder de titel ‘The Bird that swallowed its Cage’.* Malaparte is zelf de vogel, de kooi zijn cel, waarin hij kort gevangen is gezet tijdens het fascistisch Mussolini-bewind. Die gevangenschap blijft hem zijn leven lang heugen. Het hoofdstuk ‘The gun gone mad’ ontbreekt gek genoeg niet in de eerdere Franse en Italiaanse uitgaven van ‘Kaputt’, wel in de Engelse editie van 1946. Dat is nu recht gezet in deze nieuwe bundel verhalen. Het oorlogsboek ‘Kaputt’ is een ongeëvenaarde literaire oorlogsreportage over de Tweede Wereldoorlog met een titel die boekdelen spreekt. Het ‘ontbrekende’ hoofdstuk toont een staaltje schrijfkunst van buitengewone empathie en mensenkennis. Het vergroot ons inzicht in oorlog als een (on)menselijk fenomeen. Dat is de reden om er nog eens over te schrijven. Een verklaring waarom het hoofdstuk in het ongerede raakte, ken ik niet. Curzio Malaparte was een controversiëel man. Hij werd voor de Tweede Wereldoorlog uit de Italiaanse fascistische partij gegooid en verbannen. Aan het eind van de oorlog was hij verbindingsofficier tussen Italië en de Geallieerden. Na de oorlog werd hij lid van de communistische partij, interviewde Mao Ze Dong en liet zich vlak voor zijn dood dopen tot katholiek.
Oorlogsliteratuur
Er zijn natuurlijk tal van ongemeen indringende oorlogsboeken geschreven. Oorlogsliteratuur, die ik liever niet lees. Zeker niet wanneer de oorlog min of meer verheerlijkt wordt. Oorlogsdocumentatie is vanzelfsprekend noodzakelijk voor het zwakke geheugen van de mensheid, hoewel ik niet de illusie heb dat het veel helpt tegen het fenomeen oorlog als zodanig. De correspondent Malaparte loopt, als we het hebben over oorlogsverheerlijking, over de rand van het scheermes. Hij is vaak – met recht - beticht van bluf en grootdoenerij. Van fantasie en leugenachtigheid. Hij lijkt overal, aan alle fronten tegelijkertijd te zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Malaparte schrijft in de ik-vorm alsof hij zelf aanwezig is bij alle grote gebeurtenissen en veldslagen. Hij snoeft graag, ijdel als hij is. Aan welke kant hij precies staat, is niet altijd even duidelijk. Is hij in werkelijkheid een kameleon om zijn beroep van oorlogsschrijver te kunnen uitoefenen? Hij is zeker geen Céline geweest, de Franse schrijver die na de oorlog ter dood veroordeeld werd om zijn antisemitisme, maar later zelfs weer naar zijn moederland Frankrijk kon terugkeren. Ook Céline, hoe omstreden ook, werd na de oorlog weer gelezen – maar primair om zijn revolutionaire vernieuwing van de Franse taal. (Naar het einde van de Nacht). Hoewel Malaparte in dit opzicht niet tegen hem op kan en veel meer als ‘literair reporter’ schrijft, is hij een oorlogsschrijver van formaat. Noem hem een literaire kroniekschrijver van de oorlog, die reizen, reportage, documentaire en fictie op onnavolgbare wijze vermengt. Dat maakt zijn werk verleidelijk, onbetrouwbaar en ook gevaarlijk, precies wat hij vermoedelijk ook beoogt – op de rand van het scheermes!
Hondse Norm
‘Het gek geworden geweer’ is het verhaal dat speelt tijdens het vierdaagse terreurbombardement van Duitse stuka-bommenwerpers op de stad Belgrado in 1944, waarbij tussen de 6.000 en 24.000 doden vallen. Het is vooral het verhaal van de hond Spin, die ziek wordt van het oorverdovend, massaal bombardementsgeweld, van de helse explosies. Het beschrijft de machteloosheid van de Italiaanse gezant en van Malaparte tegenover de hond Spin tijdens de gierende bombardementen. Ze zijn alle gezag kwijt. Spin wil absoluut niets meer, trekt zich terug in zijn eigen wereld. Hoort wel, maar luistert niet. Hij doet niets, beweegt nauwelijks, ligt lusteloos, in zichzelf gekeerd beneden in de wijnkelder van het Italiaanse gezantschap, die als schuilkelder dient. Spin is ziek, doodziek, ligt bewegingloos opgekruld, half geloken ogen, met de snuit tegen de vloer. Hij is niet te bewegen om uit zijn schuilplaats te komen, wanneer het bombardement uiteindelijk na vier dagen over is. Hoe ook bevolen of gesmeekt, hij verdomt het de trap op te klimmen. Spin, de jachthond die vertrouwd is met het geluid van het jachtgeweer is totaal verdoofd, apathisch, hartziek. Waarom is Spin ziek? Malaparte herhaalt het, er is meer aan de hand dan angst alleen. Want Spin is een echte jachthond, niet bang of laf, maar nu volstrekt passief, wezenloos, als verlamd. Pas als Malaparte op een ochtend hem trillend in zijn armen de trap op naarbuiten draagt, ogenschijnlijk voor executie door de Italiaanse gezant, die daarop in de lucht schiet, keert het leven ineens terug in Spin. De orde lijkt door het geweerschot in één klap hersteld. Spin keert terug naar het normale bestaan. Als schrijver gaat Malaparte hier tot de grens. Hij schrijft vanuit zijn mededogen met Spin naar de uiterste, de allerlaatste remedie, de meedogenloosheid van het executieschot, dat hij op de valreep een halt toeroept. Welbeschouwd, vertelt Spin ons zonder woorden wat de mensen hier onder elkaar aanrichten. Spin is de onbarmhartige waarnemer van de menselijke waanzin, de oorlog. Dat is letterlijk zijn honds gedrag. Spin kent de norm van het jachtgeweer, het enkelvoudig schot tijdens de jacht met zijn baas. Hij voelt dat met de bombardementen een grens is overschreden. Hij ruikt het gewoon. Dit geweld is teveel voor zijn hondenkop. Spin heeft een norm, zij het een hondse (‘cynische’) norm, die de mens in al het oorlogsgeweld kennelijk zonder het te beseffen totaal is kwijt geraakt. Malaparte zet met Spin de mens te kijk, nee de hond zet de mens te kijk. De mens die zich niet kan meten met een hond, absoluut zijn koers verloren heeft door eigen toedoen. Vergeleken met Spin is de mens een gemankeerd dier. Jacht en oorlog zijn naar hun aard onvergelijkbaar. Spin, de hond is er het levende bewijs van, zo raak en bijna teder door Malaparte beschreven als nog het enige wezen dat zichzelf blijft in deze hel op aarde. Dit vermogen tot empathie met Spin en de tederheid van schrijven maken de oorlog niet minder wreed of onzinnig. Integendeel, Malaparte laat in dit kort verhaal  - the missing chapter - zien hoe waanzinnig, dolgedraaid en grenzenloos destructief de mens is geworden. Het verhaal van Spin is, denk ik, een verhuld pleidooi van Malaparte voor een menselijke maat ook in het absurde bedrijf van moderne oorlogvoering. In al zijn eigen wispelturigheid en ijdelheid is dit misschien wel de kern van zijn visie. Een visie die helaas geen les lijkt voor de mens, wanneer je vandaag de dag de krant leest over de niets ontziende bombardementen op Aleppo en andere steden in Syrië, Irak en Turkije.
Het Nulpunt
Curzio Malaparte wordt onomstreden erkend als een begenadigd schrijver, niet alleen over oorlog en geweld. Hij is ook een scherpzinnig waarnemer, realiseer ik me nog eens, wanneer ik uit deze bundel zijn gedicht ‘Empty Sky’ lees: ‘And Chinese artists never paint the sky/Where we put blue or black/they leave the canvas bare.’ Zo’n observatie laat zien dat hij oog heeft voor de leegte, die voorwaarde is niet om een verhaal te kunnen vertellen maar om werkelijk te kunnen schrijven – de kunst van het schrijven vanaf het nulpunt. Heel soms vliegt een vogel over het lege doek (bare canvas). Er staan bikkelharde en ontroerende verhalen in The Bird that swallowed its Cage.
*The Bird that Swallowed its Cage, Curzio Malaparte, in Counterpoint Berkeley. In 2013, eigenzinnig vertaald naar het Engels - soms in versvorm - door de filmmaker Walter Murch.