Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

maandag 5 oktober 2015

Magie van het Korte verhaal




Gepubliceerd in de Ñapa van de Amigoe, 12/09/2015



In dit klein essay laat ik mijn gedachten gaan over de magie van het Korte Verhaal. Het is een literair genre dat heel goed past bij onze zo haastige tijd. Het is ook een intrigerend en boeiend genre. En het is niet eenvoudig onder woorden te brengen waarin het geheim van dit genre schuilt. Als je er over nadenkt, ontglipt het je vaak. Je herleest het verhaal nog eens. Soms helpt dat. Toch weet je vaak nog steeds niet precies waarom je het verhaal, dat je gelezen hebt, zo goed vindt. Goed, wat is goed? Spannend, emotioneel, droevig, uitbundig, opwindend? Ja, dat kan allemaal wel, maar zegt nog niet waarom het zo’n adembenemend verhaal is. Ik doe hieronder een gooi naar het geheim van het Kort Verhaal. Ik roep de Japanse schrijver Haruki Murakami erbij, die mij met zijn bundel Birthday Stories op het goede spoor zet. Ook de Amerikaanse schrijver van korte verhalen Raymond Carver snelt me te hulp.

Het is waar, in deze tijd hebben de meeste mensen haast, veel haast. Ze hebben het druk en weinig tijd voor lezen. Ze lopen bij wijze van spreken zichzelf haastig voorbij. Een Kort Verhaal heeft de charme dat het ergens onderweg gelezen kan worden. Natuurlijk op het gevaar af dat je het weer snel vergeet als het je niet echt raakt. Haruki Murakami schreef een boekje over hardlopen en schrijven. Het draagt de titel ‘What I talk about when I talk about running.’ Niet elke schrijver is natuurlijk een jogger of hardloper. Murakami blijkt een ware marathonloper met veel ervaring. Het meeste dat hij weet over het schrijven van fictie heeft hij geleerd tijdens het hardlopen, schrijft hij! Hardlopen is dus rustgevender dan gewone haast in het dagelijkse leven? Het geeft gelegenheid tot nadenken! Haast is niet productief, running wel? Murakami vertelt dat schrijvers en runners veel gemeenschappelijks delen. Ze moeten regelmatig oefenen, zich inspannen en onderwerpen aan discipline, doorzetten en pijn lijden. Ze herkennen elkaar hierin – zoals Murakami en Raymond Carver. Grappig is dat Murakami de titel van zijn boekje ontleend heeft aan een bundel van deze Amerikaanse schrijver van spannende verhalen, Raymond Carver ‘What we talk about when we talk about love.’ Murakami heeft alleen het woordje love vervangen door running. Hij wil laten zien dat hij in dezelfde geest schrijft als Carver en met evenveel spirit. Carver’s boekje bevat een rijke collectie korte verhalen van superieure klasse. Maar als je het uit hebt, zit je toch weer met de levensgrote vraag waarom zijn dit nu zulke goede verhalen.


Een kort verhaal is, naar mijn mening, verdienstelijk wanneer het bij wijze van spreken lang duurt of als het nog voortduurt, wanneer het al voorbij is! Het moet nog nawerken. Een kleine paradox, Spielerei met de Tijd, die ons helpt het geheim van het Korte Verhaal beter te begrijpen. Want daarover gaat het hier. Haruki Murakami stelde een bundel van Engelse verhalen samen onder de titel Birthday Stories. De Birthday herinnert ons aan het begin van ons leven, dat we zelf niet kennen. Tegelijkertijd is het een dag, die we ons meestal heel wel bewust zijn. Iedereen kan zich er dan ook iets bij voorstellen. Kadootjes, bezoekers, muziek, een taart, spelletjes. Het is een dag vol emoties, spanning, twijfel of hoop. De verjaardag is het feest van de verrassing, zoet soms bitter. De schrijver van een birthday story gunt zichzelf maar weinig tijd. Dat scherpt de pen, de humor, de waarneming, de conversaties, het verhoogt het tempo in het verhaal en verdicht de tekst. Het is voor de schrijver er op of er onder. Hij beklimt het podium en moet zonder omhaal zijn kunst vertonen. Ontsnappen is niet mogelijk. Aan het eind van de verjaardag valt onherroepelijk de nacht. Het verhaal is uit. De jarige is een dag ouder, blij, moe, bedroefd, dankbaar, gekwetst of wijzer. 


Een birthday story bevat alle ingrediënten, die in wezen elk goed Kort Verhaal kenmerken. Het kent een grote emotionele intensiteit, een compacte vorm, heftige spanning en een gebeurtenis al dan niet noodlottig van karakter. Het cirkelt rond de verrassing zoals bij een verjaarsfeest. Daarin gaat het geheim van het Kort Verhaal schuil. Het kent een grote lading, een intensiteit van tijd en samengebalde emoties, ook zonder knal heeft het een echo. 

De bundel Birthday Stories geeft ons een inzicht in wat de schrijver Murakami zelf een goed Kort Verhaal vindt. Hij brengt ons op het spoor van goede story tellers in het Engelse taalgebied. Ik noem uit zijn bundel naast Raymond Carver ook Denis Johnson en Russell Banks. Zij hebben ieder korte verhalen op hun naam staan. Sublieme soms hallucinerende verhalen. Het verbaast niet dat zij ook dichters zijn. Het zijn schrijvers in staat om kort en indringend te schrijven, beeldend en intens, rauw en aards. Als lezer staat je soms het zweet in de handen, doordat je bijna vergeet te ademen in de moordende stilte, waarin de gebeurtenissen in het verhaal zich voltrekken. Denis Donoghue schrijft: ‘In Raymond Carver’s stories, it is dangerous even to speak.’ Het spreken trekt het gevaar aan, dat overal in het Korte Verhaal rondwaart. Het is als de steen, die een helling afrolt en een lawine los maakt. Stilte is een reactie op dit gevaar dat als geweld door de naden van het bestaan kruipt. Geweldadigheid ligt overal in het verhaal op de loer, neemt de vorm aan van onzekerheid, gevaar, misdaad, noodlot. Zoals in de Birthday story ‘the Bath’ (van Carver), waarin het jarige jongetje in het verkeer wordt aangereden, in het ziekenhuis terecht komt, bewusteloos of in coma geraakt, dokters en zusters in- en uitlopen, zijn ouders bij het bed zitten in grote onzekerheid en zichzelf bij herhaling geruststellen, een verhaal dat eindigt met een telefoontje....


De moordende stilte in het Kort Verhaal is eigenlijk een kort oponthoud in het aanhoudend geweld van gebeurtenissen en voorvallen. Het is in het verhaal het moment, waarop de afgrond van het bestaan zich opent. Het moment van de duizeling. Tijdens dat oponthoud openbaart zich vaak in de banaliteit van alledag de ethiek in de vertelling. Mensen staan voor een beslissing. Ze moeten kiezen. De tijd verstrijkt, in het verhaal resten nog maar een paar bladzij, meer niet. Het moet nu gebeuren. Het is nu, de daad of de misdaad, de confrontatie met zichzelf of met de Ander. Heel soms dient zich de mogelijkheid van een metamorfose aan, een gedaantewisseling als laatste uitvlucht uit een benarde situatie. 


In het korte verhaal is er de condensatie van het leven, het alles of niets. Het is bij uitstek het genre waarin de morele vraag zich plotseling kan aandienen om even snel weer te verdwijnen. Een goed voorbeeld uit de bundel Birthday Stories is het verhaal van de schrijver Denis Johnson, getiteld Dundun. Dit is de naam van de jarige hoofdpersoon, die op die feestdag ruzie krijgt met zijn vriend Mc Innes en hem neerschiet. In de auto op weg naar het ziekenhuis dwingt Dundun zijn gewonde vriend te zeggen: ’Tell them (in het ziekenhuis) it was an accident. Okay?  .. ‘Promise,’ Dundun said. But Mc. Innes said nothing. Because he was dead.’ Dit is een staaltje van een Birthday Story, waarin de schrijver in één keer alle opgekropte energie lostrekt. Dit is een goede illustratie van het genre Korte Verhaal in volle werking, onweerstaanbaar, fel, explosief, in dit geval zelfs dodelijk. Verrassing, stilte, ethiek, de duizeling, het is er allemaal in het korte verhaal.


Tot slot nog dit. Raymond Carver schreef aan het eind van zijn leven het boekje ‘A new Path to the Waterfall.’ Hij schreef het toen de dood hem op de hielen zat. Hij had haast, grote haast. Hij koos passages uit verhalen van de Russische schrijver Tsjechov en schreef er eigen, dichterlijke teksten naast. Het is een ode aan het leven en aan Tsjechov, die hij beschouwde als de meester van het Korte Verhaal. In dit sublieme werkje is het onderscheid tussen het Kort Verhaal en het parlando-gedicht (proza gedicht) vrijwel geheel verdwenen. Met deze hommage naderde Raymond Carver zijn grote voorbeeld Tsjechov misschien nog het meest. 



Haruki Murakami, Birthday stories, in Harvill Press 2002


Raymond Carver, A New path to the Waterfall, in Harvill Press 1989


Denis Johnson, Jesus’ Son, in Picador 1992

zondag 23 augustus 2015

Murakami, de kleurloze Tsuruku Tazaki en zijn pelgrimsjaren







De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn Pelgrimsjaren

Van  Haruki Murakami

Als altijd schrijft Murakami ook dit keer weer soepel, buigzaam en geruisloos. Je kunt rustig, ongestoord in een hoekje lezen. Dit keer is het minder bizar, absurd en extreem op een zesde vinger aan een hand na. De storm van enthousiasme over dit werk is gaan liggen. Er zijn honderden recensies geschreven. Het is een realistische roman, die dicht bij het leven van alledag blijft. De gebruikelijke uitstapjes in het heelal blijven beperkt. De kleurloze Tsuruku is uit het paradijs van zijn verloren jeugd verdreven door zijn eigen vrienden en hij weet niet waarom. Het is een Kafkaësk vonnis. Absoluut en definitief. In zijn pelgrimsjaren daarna probeert hij de schok te verdringen, buigt hij het hoofd. Van het randje van de dood keert hij langzaam terug in het leven – de doodservaring kleurt zijn verdere bestaan, grijs, kleurloos, gedisciplineerd. Na zestien jaar achterhaalt Tsuruku de verrassende waarheid door gesprekken met zijn voormalige vrienden. De pelgrimsjaren brengt hij door in een ordelijk bestaan als bekwaam ingenieur van stationsbouw, met korte ontmoetingen en vriendschappen, dromen, slapeloze nachten. Een bijna wezen-loos leven van een man die vaak zijn tanden poetst, zijn handen wast, zich reinigt. Hij weet niet te ontsnappen aan het vonnis en de breuk, die hij niet verklaren kan, maar wil vergeten. Hij slaapwandelt nauwgezet door het leven zoals dat georganiseerd is en voegt zich naar omstandigheden, neemt de kleur aan van de omgeving, voelt zich een leeg vat. Hierin schuilt de kern van zijn levenswijze zoals zijn vroegere vriendin in Finland – een pottenbakster –  bijna imperatief bevestigt. Wees een leeg vat,Tsuruku! Volgens de I-Ching gaat het geheim van een aardewerkpot/vaas schuil in zijn leegte. Daarin ligt zijn bruikbaarheid. De kracht van een mens rust in zijn vermogen de vrije krachten van het ongevormde leven in een gevecht tot zich te nemen en zo te veranderen (de ene Tsukuru is de andere niet meer). Dit is het gevecht tegen het oordeel, het vonnis, dat zich aan de oppervlakte van het geordende leven voltrekt. (zie Gilles Deleuze: Afrekenen met het oordeel, in Kritisch en klinisch, essays over literatuur en filosofie) Murakami is niet behept met het Westerse gevoel van schuld, maar zal er niet onbekend mee zijn. Hoogstens is Tsuruku belast met schaamte en zwak in zijn levenshouding door het alsmaar opschorten van het noodzakelijke gevecht om de krachten te verzamelen, zich te bevrijden van het oordeel (opschorten, een neiging die aansluit bij een dodencultus, een oosterse levensvisie, bij het slaapwandelen door het leven??) De kalme, rustgevende toon en stijl van schrijven passen bij het verzaken en uitstellen door Tsukuru van het gevecht – gevolg van de doodservaring? Tegelijkertijd weet Murakami toch de lezer mee op sleeptouw te nemen. Hij neemt je mee in de trein, naar de bar,  het zwembad,  het restaurant, het station, in het vliegtuig, naar Finland en zet je op een stoel bij de gesprekken die hij met zijn vriendin Sara, zijn vriend Haida en zijn vroegere vriendenkring voert. Hoe gewoon en ernstig meestal, het gesprek kabbelt uit zichzelf en is bijna muziek. Hij fluistert melodisch en vaak melancholisch zodat de lezer aandachtig moet luisteren om gelijke pas te houden met Tsuruku's leven, dat opgaat in een onbestemd donker. Het is een stille roman. De laatste zin van de roman luidt dan ook : Toen was er alleen nog het ruisen van wind tussen witte  berken.

dinsdag 11 augustus 2015

Katja Petrowskaja, Vielleicht Esther





Vielleicht Esther


Katja Petrowskaja


Uitgegeven bij Suhrkamp in 2015

Google maar wie deze schrijfster is, die voor dit werk de Ingeborg Bachmann kreeg toegekend. Ze is geboren in Kiew, van Joodse afkomst en werkt in Berlijn. Het werk verhaalt in fragmenten de lotgevallen van haar familie en ontleent de titel aan haar overgrootmoeder van vaders kant, die misschien Esther heette, zegt haar vader en in Kiew achterbleef te oud om te vluchten en vermoord werd door de Nazis bij Baby Jar. Het werk is een zoektocht en een reis, soms googelend meestal fysiek, naar haar familieleden, die ze als het ware ontmoet in Odessa, Warschau, Mauthausen en Kiew. Het is een mozaïek aan herinneringen van mensen die weggerukt zijn, vergast, vermoord omdat ze als Joden niet mochten deelnemen aan het leven in Midden Europa. Hoewel de schrijfster telkens zoekt naar afkomst en herkomst, draagt het fragmentarisch karakter bij aan een beleving in het heden en een beeldvorming van levende mensen en niet van doden. Het zijn mensen met wie de schrijfster leeft – tegen wil en dank. De gebeurtenissen komen dankzij de techniek van de hrinnering en het inzoomen dichterbij maar behouden hun bizonder karakter. De privacy wordt niet geschonden, terwijl toch sprake is van een grote intimiteit met de familieleden, die ze tegenkomt. Ze worden geen historische figuren, maar blijven mensen uit eenzelfde stamboom zoals in verwondering wordt ontdekt. Bijna sereen komen ze over het voetlicht, in een gloed van mededogen en melancholie. Het maakt het mogelijk als lezer telkens weer terug te keren naar de gebeurtenissen, die onaf als ze zijn een eigen volmaaktheid in zich dragen. Er is altijd een tederheid die door de herinnering heen klinkt zoals verteld. Er blijven dingen, gebeurtenissen onopgehelderd zoals ook het leven van de niet-joodse grootvader die pas na vele jaren terugkeert. Ook de laatste, zoals door de schrijfster 'gedachte' ontmoeting tussen Vielleicht Esther, de oude vrouw en de Duitse officier op straat, die zij vermoedelijk in het Duits met een joods accent de weg vraagt naar Baby Jar blijft hangen als ongekend - zij worden beiden niet in het gezicht gezien, maar blijven hardnekkig met de rug naar de schrijfster staan.

In het boek zijn ook enkele fotootjes opgenomen van familieleden zoals de oprichter van de doofstommen scholen en van de achteroom, Judas Stern, die midden in Moskou in 1932 een aanslag pleegde op een Duitse diplomaat en daarvoor in een schijnproces ter dood werd veroordeeld – zonder dat ooit maar een moment naarvoren is gebracht dat het hier om een Joodse man ging – vlak voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam.

De fotootjes, de melancholie, het fragmentarische, het documentaire en de poëtische stijl doen me denken aan het werk van W.G.Sebald, die op bijna soortgelijke wijze een geschiedenis van de twintigste eeuw heeft geschreven. De zoektocht laat het fragmentarische van de herinneringen en het verleden in tact. De verbeelding maakt het mogelijk de herinneringen te beschermen tegen aantasting door de tijd. Zij lichten op in de taal, die voor de schrijfster bovendien de functie heeft het verleden tot leven te roepen in woorden en klanken, die  gesproken werden door de Ander, de vijand en zo de emoties te onderwerpen aan een nieuwe vormgeving en discipline. De losse structuur van het verhaal versterkt de klank van de stemmen, die aan het woord worden gelaten. Het is een uitzonderlijke stijl, poëtisch, weloverdacht en gaaf, die de schroomvalligheid van de schrijfster weerspiegelt en de barbaarsheid van de moorden op een delicate wijze in al zijn wreedheid toont.


maandag 17 juni 2013

Stoner, van John Edwards Williams



Titel: Stoner
Auteur John Edwards Williams

Spectaculair door zijn Ingetogenheid

Een meesterlijke, klassieke roman, die doet denken aan het werk van Virginia Woolf, zoals in een boekrecensie wordt gezegd. Een Amerikaanse roman die lange tijd vrijwel onopgemerkt is gebleven, zeker bij het grote publiek en sinds enige tijd in het buitenland furore heeft gemaakt, zich op de commerciële boekenmarkt tot bestseller heeft ontwikkeld.( Vaak geen aanbeveling, dit keer wel) Een merkwaardig fenomeen dat misschien meer zegt over de boekenmarkt dan over het boek en de schrijver. De verbazing hierover deelt men hoofdzakelijk toe aan het feit dat de roman gaat over het leven van een saaie docent Engelse letterkunde in een universiteitsstadje in de Amerikaanse  staat  Missouri, dat zich afspeelt in de eerste helft van de 20ste eeuw. Een figuur die absoluut niet tot verbeelding spreekt, maar  wiens leven door de schrijver  wordt verteld als een indringend drama. Een spectaculair boek door de ingetogenheid van Stoner en de verleidelijke stijl van de schrijver.
Stoner is een man van boerenafkomst die zich aan de universiteit ontwikkelt tot een degelijke docent temidden van enkele uitgesproken collega’s en studenten. Hij trouwt een vrouw, die hem een kind baart, maar hem gevangen houdt in een zielloos huwelijk, bij tijd en wijle hysterisch is en hun dochter gebruikt als splijtzwam tussen de ouders. Korte tijd heeft Stoner een liefdesaffaire met een student. Omwille van zijn huwelijk en de universiteit, beëindigt hij de relatie. Hij verspeelt zijn carrière perspectief. Zijn leven wordt gedwarsboomd door de voorzitter van een werkgroep en zijn pupil, beiden gehandicapt en (mede daardoor?) kwaadaardig en kleingeestig.
De schrijver zegt in een interview dat Stoner voor hem primair een vakman is – docent Engelse letterkunde – en zich onderscheidt door zijn onafbreekbare liefde voor het vak en de professie. Hij is het toonbeeld van een eenvoudig man, die tegenslagen incasseert, de grenzen van zijn talenten kent. Hij is vasthoudend, maar ook koppig, niet bereid tot compromissen wanneer kwaliteit van het onderwijs in het geding is. Hij is sober, geen asceet, wellicht epicurist te noemen in zoverre hij de plicht en de arbeid ervaart als een bron van welbevinden. Niet de opwinding maar de weldadigheid van een georganiseerd bestaan, daarin probeert hij zijn gemoedsrust ( ataraxia) te vinden. (Geluk is een te groot woord in deze sea of sadness)
De schrijver verstaat de kunst  om de lezer mee te voeren met de emoties van Stoner, die wanneer stuitend op hun grenzen weer omslaan in hun tegendeel.  Het leidt tot emotionele spanning en ontspanning, die elkaar afwisselen en soms even worden onderbroken  door korte beschrijvingen van de wereld rondom. Verkennend leidt hij de lezer doorheen de noodlottige ontwikkelingen, waarin Stoner gevangen wordt.  Ook de lezer raakt beklemd en bekneld in de spanningen, maar altijd weer vangt Stoner de slag op door zijn bijna onverstoorbare trouw aan zijn beroep alsook aan zijn mislukte huwelijk met de onmogelijke  echtgenote. Een onevenwichtige vrouw, beneden haar stand getrouwd, voortdurend gericht op een wisselend ideaal van de kleinburgerlijke middenstandsvrouw in de Amerikaanse samenleving. Hoe zwaar Stoner het ook te verduren krijgt, hij houdt zich overeind door de trouw aan zichzelf, aan zijn onverwoestbare wendbaarheid  en inzetbaarheid voor de universiteit. Stoner aanvaardt zijn persoonlijke grenzen  en zijn lot. Nog in het begin van zijn carrière zet een vriend zichzelf, Stoner en een derde neer als mislukkelingen – ongeschikt voor de werkelijkheid, de buitenwereld. Stoner zal dit niet vergeten. Innerlijke vrede, hoe moeilijk bereikbaar ook -  is eerder zijn leidraad dan de buitenwereld en zijn opinies. Hij incasseert, het is waar, meer dan een doorsnee mens verdraagt. Dat is zijn stille kracht.
De schijnbare saaiheid van de intellectueel Stoner is misschien de grootste uitdaging die Williams zich als schrijver heeft gesteld.  Hij blijkt even goed een figuur als Stoner neer te kunnen zetten als (later) de eerste Romeinse Keizer Augustus. Met Stoner is Williams  erin geslaagd  wisselende gevoelens en gebeurtenissen op een uiterst subtiele manier te beschrijven. Zijn taal getuigt van een klassieke fijnzinnigheid en kracht, die raken aan wat Virginia Woolf deed in haar boek the  Waves. Zoals zij de golven laat aanrollen, zich verheffen en omslaan, weet Williams de ziele roerselen van Stoner te doen opklinken. Williams spreekt, schrijft zachtmoedig en kalm, met een groot uithoudingsvermogen en een ongelooflijke nunacering en precisie, die de hand van een meester verraadt. Stoner vormt voortaan een levensgezel.