Oil spill in the Saltpans of Jan Kok, Curacao. A dirty Book?
maandag 27 augustus 2012
zondag 26 augustus 2012
Lezen ofwel Reading
| Open Plek in het Bos |
Tussen de regels door lezen. Of met de dichter Nijhof: Er staat niet wat er staat. Het wit maakt het gedicht. De open plek in het bos noemt Heidegger Lichtung. Een plek die licht geeft en ontvangt uit een onzichtbare bron.
donderdag 23 augustus 2012
A Book as a Cactus
Think of this Cactus when you read a book. It's impressive and monumental and silent. It speaks for itself. It keeps its moist inside and feeds the bats by night.
zaterdag 18 augustus 2012
Springer, Met Stille Trom Nieuw-Guinea (West-Papua)
Met Stille Trom
F.Springer
Dit is een posthuum verschenen boekje, een roman
met als ondertitel een journaal, van wijlen de diplomaat-schrijver F. Springer
( pseudoniem voor Schneider), die in 1995 de Constantijn Huygens prijs ontving.
Nadat hij het had aangeboden aan een uitgeverij, bedacht hij zich in 1963 en
trok het manuscript terug. Hij vreesde mensen, collega’s in discrediet te
brengen. Begrijpelijk, want hij beschrijft het leventje van bestuur, missie en zending, van de Papua-politie
en een zonderlinge cultureel anthropoloog en de komst van de Indonesische
infiltranten op een nogal ironische en vermakelijke manier, die niet alle
betrokkenen in die tijd zullen hebben gewaardeerd. Het drama speelt zich af in
Zakar, het bergland, een bestuurpost in de binnenlanden. Het schetst een
miniatuur van het laatste Nederlands bestuur in de Oost vlak vóór de op handen
overdracht van het gezag aan de VN. Het is vlot geschreven in een twee, drie
weken aan de Méditerranee na zijn terugkeer vanuit Nieuw-Guinea. Zo leest het
ook zonder enige moeite als een journaal. Het is de tijd waarin ik sociale
geografie in Utrecht studeer tesamen met enkele oud-collega’s van Springer, uit
een voorgaande lichting bestuursambtenaren.
In die tijd ontstaat de wens om ooit zelf het eiland te bezoeken.
Dat
gebeurt in 2009 en vindt zijn neerslag in het boekje
Zeven Dagen in de Baliemvallei
ISBN 978-90-9024904-9, uitgegeven bij www. lulu.com
Labels:
Baliemvallei,
boek,
boekbespreking,
Cools,
Derk,
reis,
West-Papua
maandag 13 augustus 2012
Haruki Murakami 1Q84 Cult and Killings
Het Boek 1Q84 van Haruki Murakami
(Voor wie het gelezen heeft)
Veelgeprezen, maar ook verguisd – a waste of time - als magnum opus lees ik 1Q84 van de Japanse schrijver Haruki Murakami in Monchique, een bergstadje in de Portugese Algarve. 1Q84 is een boek, een post-moderne roman, een tekst, een liefdesverhaal, een thriller, een detective? Ja, het is het allemaal en ook weer niet. Terwijl ik de laatste 2% van de tekst, zoals mijn kindle aangeeft, lees, loopt de buurvrouw naakt in en uit een doucheruimte over het binnenplaatsje, luidkeels ruziënd met haar man, ‘dat de warmwaterkraan niet werkt.´ Vanaf mijn balkonnetje onder een wassend maantje, leun ik voorover, kijk ik omlaag. De waterkraan wordt dicht gedraaid, de stemmen verstommen. Een voorval in de stroom van het bestaan, meer niet.
Ik heb het boek één keer gelezen. Niet in één ruk, daarvoor is 900 bladzij te veel. 1Q84 is een ‘andere’ roman zoals Murakami in het boek zegt. Gek genoeg is het als detective – lees ook Roberto Bolaño the Wild Detectives - een lineair verhaal, maar wel met veel uitstapjes ( digressie, uitweidingen die zo behaaglijk aandoen en misschien wel zo goed aansluiten bij de (verrassende) werking van ons brein). De constructie van 1Q84 is ingenieus, alleen overtroffen door de stijl. In eenvoudige taal neemt Murakami de lezer mee naar de wereld van vandaag - lang voorbij het 1984 van Orwell. Het begint al zo gewoon, een taxi in een file in de grote stad. Maar al snel ontvoert hij de lezer uit deze ‘gewone’ werkelijkheid tezamen met de vrouwelijke hoofdpersoon Aomame. Dat is wat de moderne technologie dagelijks met ons doet. We kunnen tegenwoordig overal en nergens zijn. De aardbol als network. Dankzij de technologie ontstijgt de werkelijkheid aan het rationele ontwerp van de mens, herneemt zijn plek en toont zijn ‘ware’ aard: absurd en bizar, maar levensecht. Ik denk dat het boek daarover gaat en daarom deze Orwelliaanse titel draagt. Ontvoering en vervoering in de zin van betovering, de werkelijkheid in andere gedaante – geen sur-realisme maar un-realisme zegt een criticus. Na de onttovering keert de betovering onverminderd krachtig terug.
Aomame zit in een taxi, luistert naar een symfonie van de Tjechische componist Janácek, vraagt zich af hoeveel mensen dit werk zullen herkennen aan de eerste tonen. Ofwel. Hoeveel lezers zullen deze absurde wereld van 1Q84 herkennen als de onze? Aomame merkt al gauw dat ze in een vreemde, ongewone taxi rijdt. En de lezer? Aomame een koele (serie-)killer en haar schoolvriendje Tengo, een frauduleuze (?) ghostwriter zoeken elkaar als twee koningskinderen, maar de werkelijkheid/het water is te diep. Het verhaal gaat over de stroom, de rivier, het water en zijn spiegelingen. De hoofdfiguren spannen zich om hun hoofd boven water te houden. Daar is de zuurstof. Vergeet niet te drijven.
1Q84 is het bestaan in slow motion. De hoofdpersonen zoeken de ondieptes, waar ze kunnen (stil) staan, mijmeren, bespiegelen, spieden en bespieden. Wie beweegt, zij of het water? Panta rei. Wie bespiedt, wordt bespied.( Zoals ook in de New York Trilogy van Paul Auster) Spiegeling en omkering. Wat is oorzaak, wat gevolg? Het is een zoektocht naar alomvattende causaliteit als grondwet van het bestaan; een niet aflatende strijd tegen chaos en beweging; een zachte hand om mensen in het gareel te brengen, dingen en gedachten in de juiste, logische volgorde te zetten. Het begrijpen van de wereld kent maar één uitweg, de absurditeit der dingen. Het onderzoek naar de samenhang van deze dingen leidt over de dwaalweg van de logica. De lezer volgt elke gedachte van elke persoon op de voet, elke stap leidt naar een valkuil, logisch! Murakami is weergaloos in het opwerpen van vragen over de allergewoonste zaken en voorvallen. Hij schrijft alledaagse taal, waarmee hij een muzikale en dromerige sfeer schept( die Proust wist te bereiken door zijn lange, genuanceerde zinsconstructies en Kafka met zijn zuivere volzinnen). Zijn verteltrant bezit een ongekende stuwkracht waarmee de voorvallen zich als het ware noodzakelijkerwijze aaneenrijgen. Hij ontketent een wisselstroom die personen en voorvallen oplaadt, aantrekt en afstoot. Hij bedrijft een ritmiek van schrijven die het lezen programmeert en electriseert. De stijl is als uitgebalanceerde muziek, klassiek of jazz, herneming van thema en oneindige variaties. Ik denk aan Glenn Gould die Bach speelt. Wie een story verkiest, sluit het boek.
Er is weinig hectiek, uitspatting, liederlijkheid of opwinding, wel gedoseerde spanning, moord en doodslag, veel alledaagse seks, maar voor het overige een geduldige voortgang van gewone en ook ongewone gebeurtenissen, afzonderlijk en fijnzinnig beschreven, vertraagd in hun voortgang, onder de loupe gelegd, verstild en uitvergroot, waardoor ze een zekere autonomie verkrijgen. Hoe lang kijkt de lezer niet met Aomama en Tengo naar de maan? Altijd wordt met grote nauwkeurigheid de tijd en de plaats, de weersgesteldheid en de gemoedstoestand beschreven. Vragen en gedachten worden breed uitgesponnen. Conversaties zijn levendig en fijnzinnig. Het lijkt alsof de hoofdpersonen stap voor stap een som moeten oplossen. De detective die in het derde deel zijn intrede doet is zo lelijk als Socrates en verstaat ook de kunst van de vroedvrouw. Ook hij krijgt zijn on-verdiende loon. Dat maakt hem op de valreep nog sympathiek.
Leven en lezen lopen dooreen. De roman herschrijft een roman. Ghostwriting in optima forma. De roman verschrijft, vervormt, verdubbelt , kantelt en doorkruist de werkelijkheid tot een roman ontstaat, waarin de werkelijkheid van de lezer zichtbaar wordt. Het lezen van dit werk is een kwestie van overgave en uitlevering aan de stroom van een onuitputtelijk voortgang der dingen, een inherente metafysiek van het alledaagse leven doorweven van toegepaste technologie. Uitdagend soms ook vermoeiend. Het reguleren van de ademhaling als bewuste uitdaging en noodzaak. Lastig. Maar, probeer de stroom, die je drijvend houdt, te voelen
Soms ontstaat een gevoel van een teveel, een overschot, nee beter van een surplus. De battery is full; time to unplug from the socket. De vraag is waarom Murakami het zover laat komen of dat hij dit bewust nastreeft - alsof hij de strijd met de tijd niet wil opgeven – onder invloed van Proust of misschien als een poging een Zen-beleving op te roepen niet door korte koans maar door met eindeloos geduld de wetten van de causaliteit stuk te schrijven? Het surplus ontstaat door de uiterste precisie en de verfijning van de stijl, die de slow motion bijna tot stilstand brengt. De dingen beginnen te zweven – op eigen kracht. Het ding verschuilt zich in het ding. Een ervaring ook uit de werkelijkheid, waar het origineel verdwijnt achter de copie, de reproductie en de verveelvoudiging. Wat is echt, wat is onecht? Het water stroomt over en langs de rots. Er is geen rots? Exact: dit is geen verhaal, geen roman. Dit is de rots die ontbreekt. In het Engels zegt men dan: substance ontbreekt. Het doet me ook denken aan de foto’s van de zuid-Afrikaan Guy Tillim, die niet zozeer objecten fotografeert als wel de ruimte tussen de dingen, de bomen, de bergen, de huizen, de lantaarnpalen. Zo schrijft Murakami over de stroom van het moderne bestaan, het leven in de stad, de hectische beweging van de moderniteit en niet zozeer over de personen in de roman. Hij doet dat vanuit de optiek van een bewuste slow motion. En eerst dan zie je twee manen aan het firmament.
Is dit een typisch Japans werk? Ontegenzeggelijk is de setting eigentijds en Japans. De hoofdpersonen zijn rationeel en sensitief, vaak cerebraal, altijd modern, zeker in hun voorliefde voor gadgets, die hun leven styleren. Niet de ziel, maar de huid toont de inwerking (het patina) van het leven. Vormgeving staat in de traditie van schrijvers als Tanizaki en Kawabata. Het gemak waarmee Murakami schrijft en verleidt, het gemak waarmee hij de lezer over de onzichtbare rots tilt – is een literaire sensatie van de eerste orde. Verwant aan het Japanse bloemschikken en thee drinken?
zondag 8 juli 2012
Binet ,L. HHhH (De Aanslag Op Heydrich)
| Praag anno 2012 |
| Synagoge op sabbath |
| begraafplaats Kafka |
Boekbespreking
Auteur Laurent Binet
boektitel HHhH
Laurent
Binet
Prix
Goncourt du premier roman
Prix des
Lecteurs – selection 2011
Op 27 mei
2012 was ik met mijn zoon in Praag, de dag waarop zeventig jaar geleden Gabcik, de Slowaak en Kubis , de
Tsjech de aanslag op Heydrich, de SS-generaal en Nazi-Protectoraathouder pleegden. Ik had het boek van Laurent Binet
HHhH nog niet gelezen. Reden om nog eens terug te gaan naar de crypte van de
kerk waar de beide parachtisten met zeven andere verzetslieden het twintig dagen
tegen het geweld van 700 SS-ers hebben uitgehouden. De schatting is dat in
totaal ongeveer 1300 mensen bij SS-represailles zijn omgebracht, waaronder alle
inwoners van het dorp Lidice dat met de grond gelijk is gemaakt.
Alleen de
titel al van het boek is walgelijk, als je weet dat het staat voor
Himmlers Hirn heisst Heydrich. Stap
erover heen. Liever had ik gelezen Gabcik en Kubis, de Aanslag in Praag, 1942.
Walgelijk zoals H. zelf. Ook de wikkel
met 80.000 verkochte exemplaren bij de
Nederlandse vertaling weerhield me van de aanschaf.( Voor een boek misschien een aanbeveling, voor een roman
vaak niet.). Ik las het boek tweemaal, Frans blijft voor mij niet eenvoudig; ik
moest lucarne , dakraam, echt opzoeken)
Binet spreekt
zelf van boek, maar suggereert ook dat hij een roman schrijft. Dat doet hij
goed door zijn keuzes, aarzelingen, opties bij het schrijven te étaleren en bij
de lezer neer te leggen. Of de Mercedes van H. zwart of groen en die in het museum een
replica is – wat doet het ertoe, tenzij
de schrijver een feitelijk waar verhaal wil vertellen, maar dan is het
naar mijn gevoel geen roman (meer) of toch - een historische
roman? Feiten, geen fictie, een
historisch document misschien ? Nee, zoals Sebald in een interview zegt: ‘(Aber) das Geschriebene ist ja kein wahres Dokument.’
Binet kiest wel objectieve gegevens uit om toch enige psychologie te bedrijven
zodat het een roman lijkt. Ik denk aan
de onbekendheid met de plattegrond van Praag, waardoor Gabcik na de aanslag verdwaalt,
aan de stengun die weigert, aan het Duits waarmee de vrouw een auto
‘vordert’ voor de de gewonde H., aan de ellendige kou in de crypte van de kerk.
Gegevens waarmee de verbeelding aan het werk kan.
Het is de
vraag of een aanslag, waarvan de afloop historisch vast staat, zich leent voor een roman. Mulisch geeft het
antwoord. Maar Binet wil meer of nog iets anders, nl. ook Heydrich, het blonde
beest, de slager van Praag, in al zijn onbegrijpelijke weerzinwekkendheid
neerzetten. (Mulisch deed dat apart met Eichmann in ‘de Zaak 61’). Waarschijnlijk
heeft Binet daarbij teveel gedacht aan het success van Jonathan Littells les
Bienveillantes – een letterlijk misselijk makend boek waarin deze het moorden
achter het oostfront vanuit een SS-officier heeft beschreven. Is dat literair
sterker? Ik heb het weg gelegd. Misschien had Binet zich beter kunnen spiegelen
aan het boek van Jiri Weil, waarvan ik alleen nog het (prijzend) voorwoord van
Philip Roth heb gelezen.
Wat me wel bevalt
bij de aanpak van Binet is het verbinden van het schrijven met dingen, gebeurtenissen
uit zijn eigen leven zoals zijn liefde voor Praag, Natacha en de mooie
Slowaakse meisjes. Dat verlevendigt het verleden, actualiseert het, zij het ook
weer met ondergeschikte aspecten in het verhaal. Soms doet het narcistisch aan
en irriteert dat. Maar toch. ( Ik bezit een
exemplaar ( nummer zoek ik op) van ‘de Stilte der Zee’ van Vercors, klandestien in de oorlog uitgegeven door de
Bezige Bij - afkomstig uit mijn vaders
erfenis. Om even een proeve van verbinding met Binets boek te geven )
Het dilemma
Dichtung und Wahrheit heeft Binet misschien willen oplossen door zowel over
Heydrich als over de Aanslag te schrijven in één waar gebeurd verhaal. Een
thriller in historische setting of een ware gebeurtenis in een thriller-achtige
omlijsting? ( Het blijft een vreemd, modern? verschijnsel om ook in de
literatuur, zoals men het noemt, een waar gebeurd verhaal te willen
schrijven. Literatuur is dan geen
‘kunst’ meer maar zoiets als familiekiekjes maken in de fotografie.) Ik vind dat Malaparte met Kaputt er beter in
geslaagd is het fascistisch milieu van angst en wreedheid, ordinaire
protserigheid en sluwheid in literatuur vorm te geven. Om nog maar te zwijgen
van het meesterlijke werk Memoirs of an Anti-Semite van Gregor von Rezzori, dat
geen antisemitisch boek is wat de titel
misschien suggereert, maar heel goed invoelbaar maakt hoe absurd en dwaas en
stompzinnig anti-semitisme is en daarmee
heel genuanceerd het onderhuidse gedachtegoed van het Interbellum en het ouder (midden)Europa
schetst in de vorm van een vijftal portretten.
Net als Littell gebruikt hij de ik-vorm voor de hoofdpersonen. Zijn
vocabulair is bovendien ongelooflijk rijk, zijn taal perfect om de nuances uit
te drukken. Toegegeven, Binet sluit beter aan bij het hedendaagse (vluchtige)
tijdsbesef – altijd haast, altijd actie, weinig reflectief om het maar eens met
een understatement te zeggen. De verleiding om een thriller te schrijven is
onweerstaanbaar?
Als
schrijver hoopt Binet aan het onvermijdelijke, de dood van Gabcik en Kubis , te
ontkomen. H. voltrekt zijn eigen ondergang, laat de Mercedes
stoppen en begint te schieten. Binet
hoeft niets te doen.
Tenslotte,
nog inhoudelijk. Gabcik en Kubis
zijn de rechtvaardigen die met de inzet
van het eigen leven weliswaar recht willen doen maar het onheil niet (kunnen)
keren. Dat is de immense tragiek. Lidice
en Putten (in Nederland) – zijn daarvan voor
altijd het symbool.
Blijft nog
het abjecte, waarvan H. letterlijk de belichaming is. En verder. Wie zijn ooit
ter verantwoording geroepen? Wie zijn er berecht? Wie hebben erkend dat ze in
opdracht de trekker hebben overgehaald? Ja, wie?
Waarom het
ploertendom eerst hoogtij moet vieren alvorens mensen tot bezinning komen,
blijft een onbeantwoorde vraag. Het
uitblijven van het antwoord is de schaduw die over ons leven hangt.
Abonneren op:
Posts (Atom)