vrijdag 15 februari 2013

Train Dreams, Denis Johnson


Een kort verhaal van Denis Johnson die ik eerder als Amerikaans schrijver op het spoor kwam in een bundel Birthday Stories verzameld door Haruki Murakami, de beste garantie voor een goede novelle. Kort natuurlijk per definitie, raak door de verteltrant, Amerikaans waar het onfortuinlijk leven van Grainier, de houthakker, bosman, vrachtwagenchauffeur verteld wordt. Eenvoud kenmerkt het leven van deze man en ook de vertelwijze, waardoor een natuurlijke symbiose ontstaat alsof het verhaal voor het opscheppen heeft gelegen. Het was er al nog voordat het geschreven werd, lijkt het, terwijl  je als lezer het tegelijkertijd los leest uit de tekst en wel zo dat je onherroepelijk op een dag met Grainier onopgemerkt verdwijnt. Het is de biografie van een onbekende man – een mens zoals in de dagen van het wilde westen nog voorkwam toen het Amerika werd open gelegd met spoorlijnen, de bossen werden gekapt en steden verrezen. Bijna zou ik zeggen het is een existentialistisch verhaal, Grainier werkt, leeft met de natuur, wolven, paarden, honden, ontmoet de vreemdeling Indiaan, Chinees,een half-mens ( een wolvekind, zijn eigen dochter?) de stervende William Haley, over wie hij altijd zal blijven zwijgen, incasseert verlies van vrouw en kind door brand, ervaart de metamorphose van de wereld, vliegt een keer in een vliegtuig,  nadert het onontkoombare van het einde. Het leven als droom, ondoorgrondelijk maar werkelijk,  een trein die door een droom rijdt, een droom die je vanuit een trein beleeft? Wat na-ijlt is het gevoel van melancholie over het verlies.


maandag 15 oktober 2012

Peter Hoeg, Smilla's gevoel voor sneeuw





Titel :  Smilla’s gevoel voor sneeuw

Deense Schrijver: Peter Hoeg
Vertaling : Gerard Cruys

18e druk 2002 (1ste druk 1994) 429 bladzij

Hieronder een link van een interview met de schrijver in het dagblad  Trouw, in 1994.


Wat voeg ik daaraan toe. In dat jaar verhuisde ik vanuit Nederland naar Curacao, toen nog de Nederlandse Antillen. Hoeg zegt dat hij dankzij zijn reizen zich bewuster is geworden van de verschillen in culturen. Hij kon daardoor ook beter de hoofdpersoon Smilla als een Groenlandse neerzetten; ook heeft hij gezien hoe anders men over vrouwen kan denken – niet als  verdrukt maar als vrijgevochten. De vrouwen op Curacao dragen dit ook in zich.  Het besef van verschil is door mijn emigratie ook sterker geworden.

Het boek was een bestseller – te vroeg volgens Hoeg en voor mij geen aanbeveling – en wordt gezien als een literaire thriller, wat dat ook (voor verkooppraatje) mag zijn. Laat ik het er op houden dat het boek meer is dan een thriller. Maar wat dan?

Hoeg kan beelden in taal binden, zegt hij.  Dat is het. Hij beschrijft een ding, een plek, een geluid, een uitzicht, een mechaniek terwijl de lezer nog niet weet over welk ding etc het gaat. Hij schrijft vanuit het beeld toe naar het ding etc. Hij tast af, verkent, proeft, voelt, vormt en zegt dan pas over welk object, gebeurtenis etc hij schrijft. Het maakt nieuwsgierig en spannend. Het is suggestief tot het moment dat hij zegt dat het een hamer is, een ijsschots,  de val vanaf het dakgoot, de trilling van het schip, het noorderlicht, het zwart van een wak,  de kou van vingers, de wond aan het hoofd, de warmte van een hand voor zijn ogen. Hoeg onderzoekt en beeldt uit. Zo leert de lezer over de zee, het ijs, over de ijszee, over de ijsbreker. Deze schrijfstijl is letterlijk mee-slepend, verraderlijk wanneer je op een dwaalspoor raakt, intrigerend als je nog niet weet wie je tegenstander is, wat hij weet, waarom hij aan boord van het schip verschijnt, wanneer hij plotseling verdwijnt en later terugkeert, onherkenbaar, maar toch dezelfde persoon of intussen veranderd, de lezer zich afvraagt of charme gespeeld is, vijandigheid theater of een list? En dit mag voor het verhaal wezenlijk zijn, de lezer zal aan het eind misschien ook meer gevoel voor sneeuw( de titel) hebben, voor sneeuwland en ijszee, voor de onmetelijke witte ruimte rond Antarctica. Een gevoel dat grenst aan de intuïtie voor wiskunde – getallen, maat, verhoudingen in de ruimte - en voor schoonheid ofwel de leegte en zijn vorm.



maandag 17 september 2012

Céline Curiol Parijse stemmen





Céline Curiol

Parijse stemmen  (Voix sans issue) uitgegeven 2005/6

Vertaald door Maartje de Kort en Nele Ysebaert (Ambo/Manteau)

Vandaag zag ik 2 zwijntjes, een roze met zwarte stippen en een kleiner zwarte, samen de weg naar de Daaibooibaai over steken. Vandaag zijn de Chinezen boos dat Japan 2 eilandjes voor de kust heeft gekocht en tot Japans grondgebied verklaard. Vandaag heb ik Parijse stemmen uitgelezen, dat ik aantrof in de boekenbak van Albert Hein. Wat is ongeloofwaardiger? Zeker is, dat ik hopeloos achter loop in de literaire wereld.

Het boek werd aangeprezen door Paul Auster, die ik zeer waardeer. Het toont gelijkenis met diens boek Man in the Dark, dat ik dit voorjaar kocht in San Francisco. De roman opent met een citaat uit Molloy van Samuel Becket. Het is een existentialistische roman ( après la lettre.)  over het leven van een jonge vrouw in de grote stad (Parijs), die telkens in ontmoetingen met mannen verzeild raakt en zo ook bij toeval in de ban van een getrouwde man naar wiens aandacht en liefde ze hartstochtelijk verlangt.  Ze is zelfstandig, kwetsbaar en afhankelijk.  Ze neemt haar leven in eigen hand, maar laat zich door toeval en incidenten leiden. Het verlangen in de nabijheid van de getrouwde man te zijn,  voert haar naar het verlies van een eigen bestaan. Ze volgt hem, zijn spoor, terwijl hij vasthoudt aan zijn burgerlijk bestaan.  Verloren en eenzaam temidden van de menigte, de mensen, de stad, de grote wereld.  Het leven van de vrouw is van een beklemmende onzekerheid.
Niet het verhaal, maar de gebeurtenis. Niet het schokkende, maar de emotionele spanning. Nieteen tragedie maar menselijk drama.  Niet de glamour maar alledaagse keuzes en vergissingen. De schijn van onafhankelijkheid, de onmogelijkheid van verbintenis. Alsof noodlot bestaat in de gedaante van burgerlijkheid. De onvervulbare hang naar verbondenheid.  Nabijheid als opperste vervulling.  Allemaal abstracties verbannen uit deze roman. Het leven van een vrouw in de grote stad, alleen en doortastend, maar onzeker in het hart.
In fijnzinnige stijl geschreven, een roman die je niet weg legt.






woensdag 5 september 2012

Silvio d'Arzo Andermans Huis (Italiaans schrijver)






Auteur : Silvio d’Arzo ( pseudoniem voor Enzio Comparoni 1920-’52)
Boektitel : Andermans Huis

Deze novelle ( 94 kleine bladzijden) is volledig uit de tijd,  maar perfetto volgens Eugenio Montale, een bekender Italiaanse auteur. Een pastoortje  vertelt over het stille leven in een Italiaans bergdorpje en een vrouw die hem een (onnozele) levensvraag stelt, die hem verrast. Eentonigheid en eenzaamheid strijden om de voorrang in de eenvoud van dit boerenleven. Overal dient zich het einde van het leven aan. De dood vermomt zich in al wat nog leeft:  oude vrouwen die een dode in het laken naaien, hun onbetaalbare klaagzangen,  geluid van de bellletjes om de nek van de geiten,  geblaf van honden in de verte,  de kou en de nacht, het kanaal voor het wasgoed, een vijgenboom in de moestuin,  sprokkelhout en  dorre bladeren in een zak,  verdronken mussen, herders zonder gezicht. Ontroering schuilt in de simpelheid van het dagelijks bestaan en de sobere verteltrant.
Het doet denken aan een boek van Carlo Levi die schreef over een soortgelijk bestaan in ‘Christus kwam niet verder dan Eboli’, over het oerheidens leven van boeren in Zuid Italië ( nog tijdens de WWII). De eenvoud van stijl en de emotionele kracht ervan herinneren me aan de ingehouden vertelkunst van A.Alberts. Een voorbeeld: ‘Het  was schemerdonker in de kamer, en een paar stappen bij me vandaan was de jongen niet meer dan een donkerder vlek. Zal ik de lamp halen? vroeg hij. Dat hoeft niet laat maar, zei ik. We stonden vier, vijf minuten te zwijgen. Toen kreeg ik met hem te doen. En bovendien wilde ik alleen zijn.’ Direct op elkaar de empathie en de afstandelijkheid. Deze stijl staat ook garant voor onderkoelde humor( nog een parallel met Alberts).
In deze novelle ervaar je wat d’Arzo schrijft in zijn verhaal ‘Twee oude mensen’ – opgenomen in het boekje Avondlucht ( ook maar 95 pagina’s): ‘Ik weet niet of het een teveel aan gevoeligheid is of een tekort, maar het is een feit dat grote tragedies me niet zoveel doen.  Er zijn kleine drama’s , bepaalde situaties of verhoudingen tussen mensen, die me veel meer raken dan een in de as gelegde stad.’

zaterdag 1 september 2012

Silvio d'Arzo, Andermans Huis



Ik zal nog bespreken het boekje 'Andermans Huis' van Silvio d'Arzo, zoals vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd. Vast een proefje:  'Gebogen rond de zak met bladeren, bij het licht van een kaars, zaten twee of drie vrouwen van het huis, ikzelf en iets erachter een paar oude mensjes uit het dorp. Ooit bij een anatomieles geweest?'

vrijdag 31 augustus 2012

Proust: Herinneringen aan een automobiel






De impressie is voor de schrijver wat het experiment is voor de geleerde, met dit verschil dat bij de geleerde het werk van het verstand van tevoren geschiedt en bij de schrijver achteraf. Uit :De Tijd Hervonden van Proust, vertaling Thérèse Cornips